Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Taxichauffeur.

Taxichauffeur

Taxichauffeur | Taxichauffeurs

Taxichauffeur betekenis

iemand die beroepsmatig anderen vervoert in een auto

Voorbeeldzinnen (20)

Als jij in Syrië taxichauffeur wilt worden dan ben je gewoon taxichauffeur.

Holmes bedenkt zich dan dat de moordenaar een taxichauffeur is, en toevallig heeft zich op dat moment ongevraagd een taxichauffeur (een rol van Philip Davis) aangediend.

Taxichauffeur (24) overleden na eenzijdig ongeluk in WestpoortEen 24-jarige taxichauffeur is donderdagavond overleden na een ernstig ongeval in Westpoort in Amsterdam.

Bestuur Vereniging het Friesch Dagblad Wijsman aan de slag als taxichauffeur – Marieke Wijsman gaat de maanden april en mei aan de slag als taxichauffeur bij Jan Oenema uit Heerenveen.

Taxichauffeur opgepakt voor poging tot zware mishandeling Taxichauffeur gaat in gesprek met slachtoffer Niet omdat ze geen geld hebben, weet een jonge dorpsbewoner.

Het standpunt van de taxichauffeur dat de bedragen voor een taxichauffeur zonder meer disproportioneel zijn wordt dan ook niet gevolgd.

Vanaf 1 juli 2004 is het Basisdiploma Taxichauffeur wettelijk verplicht voor iedereen die het beroep van taxichauffeur wil uitoefenen.

Na woordenwisseling met taxichauffeur over belemmering doorgang verkeer, ontstaat handgemeen tussen klager, taxichauffeur en diens vrienden.

Van loodgieter tot taxichauffeur Frank is sinds reeks 13 (2007) taxichauffeur bij Taxi Ter Smissen, maar heeft jaren als loodgieter gewerkt.

Ik ben een goede taxichauffeur.

Van beroep is hij taxichauffeur.

Hij is een taxichauffeur.

Tom zei de taxichauffeur hem naar het Hilton hotel te brengen.

Tom weigerde de taxichauffeur te betalen.

De taxichauffeur wilde me oplichten.

De taxichauffeur heeft me opgelicht.

De politie gaf de taxichauffeur de schuld van het ongeluk.

Is zij taxichauffeur?

Ben jij een taxichauffeur?

Ik bedoel, er van uitgaande dat de handschoenen van hem zijn... hij schiet de taxichauffeur en doet dan de handschoenen uit.