Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Teamgenootjes.
Voorbeeldzinnen (8)
Ook zij mochten eerst de course verkennen en gingen daarna onder een hoop aanmoediging van teamgenootjes de strijd met elkaar aan.
Zijn teamgenootjes krijgen slachtofferhulp.
Als zijn teamgenootjes naar wedstrijden vertrekken, blijft Lavreysen alleen achter op Papendal.
De jonge voetballer trekt de vlag uit de grond en gebruikt het als een denkbeeldig wapen, waarmee hij zijn teamgenootjes neer schiet.
Na afloop schiet hij met een paar teamgenootjes nog even op een doeltje aan de zijkant van het veld.
Zijn teamgenootjes Dominic en Warre van Palfit Paal vervolledigden het podium.
Mijn teamgenootjes, die op dat moment gewoon EK-voorbereiding hadden, leefden mee en ook van vrienden, familie, collega-zwemmers en vele anderen heb ik zoveel lieve, leuke berichten, mails en kaarten gehad en dat heeft echt geholpen bij het herstel.
Hij is blij met zijn teamgenootjes.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl