Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Telefonerende.

Telefonerende

Telefonerende | Telefoneren

Voorbeeldzinnen (12)

De telefonerende Surinamer maakt dus winst op de telefonerende Nederlander.

Dat is bedrijf 1, waarna ‘Het ontstaan van alles’ en ‘Het ontstaan van de mensch’ volgt, waarbij hij koddig en ouderwets mimend eencelligen, vissen, vogels en daarna jagende en telefonerende mensen uitbeeldt.

Geen hardop telefonerende journalisten, vloekende chefs of op toetsenborden rikketikkende redacteuren.

De laatste keer in de trein heb ik coupé na coupé afgestruind om luidkeels telefonerende Hindoestanen en soortgelijke in hun telefoon brullende allochtonen in onverstaanbaar koeterwaals te ontlopen.

Ik hoor het telefonerende verkeersdeelnemers nog zeggen "maar ik drink niet".

De telefonerende Lisa Urri (21) heeft cognitieve beperkingen.

DÜSSELDORF - Een vrouw die in Duitsland een telefonerende treinpassagier bespoot met pepperspray, heeft donderdag in hoger beroep acht maanden voorwaardelijk gekregen.

Het is een prachtig moment: de veiligheidsagent pakt president Bartlet op alsof hij een kind is en draagt hem het vliegtuig uit, zonder dat de frenetiek telefonerende C.J. en Toby dat door hebben.

Een andere, vol pc's en druk telefonerende mensen, doet meer denken aan een kleine commandocentrale.

Of fake je graag een potje afwas voor je telefonerende ouders?

Hij deed de rit terwijl hij op de schoot van zijn telefonerende vader zat. Een derde persoon filmde al zijn manoeuvres vanop de achterbank.

Maar ook een kantoor kent zo zijn eigen geluiden: de ventilator, disk-drive en het toetsenbord van de computer, het geroezemoes van telefonerende collega’s of het gezoem van het koffie- of kopieerapparaat.