Vraag je je af hoe je Tennissen in een zin gebruikt? Hieronder staan 10+ voorbeeldzinnen uit authentieke Nederlandse teksten. Inclusief de betekenis .
Tennissen in een zin
Gerelateerde woorden
Tennissen betekenis
het spelen van tennis
Gebruik van Tennissen
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: het spelen van tennis
- In het voorbeeldencorpus komt tennissen vaak voor in combinaties zoals: te tennissen, met tennissen, het tennissen.
Context rond Tennissen
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 6.2 woorden
- Plaats in de zin: 3 begin, 3 midden, 14 einde
- Zinsoorten: 15 stellend, 5 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Tennissen
- In deze selectie staat "tennissen" meestal aan het einde van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 6.2 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Herkenbare gebruikssignalen zijn met ons tennissen en aan het tennissen. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "tennissen" dicht bij woorden als aangerand, begrijpend en bezaten, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met tennissen
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Waar tennissen jullie? (3 woorden)
Wanneer tennissen jullie? (3 woorden)
Tom kan niet tennissen. (4 woorden)
Ik ben gewoon om op zondagen vaak met hem te tennissen. (11 woorden)
Hij kan beter tennissen dan iedere andere jongen in zijn klas. (11 woorden)
Ik had de gewoonte elke zondag met hem te tennissen. (10 woorden)
Waar tennissen jullie? (3 woorden)
Wil je met ons tennissen? (5 woorden)
Wilt u met ons tennissen? (5 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Ze is dol op tennissen.
Na de les ga ik tennissen.
Het is te donker om te tennissen.
Ik had de gewoonte elke zondag met hem te tennissen.
Ik ben gewoon om op zondagen vaak met hem te tennissen.
Tom kan niet tennissen.
Tom kan best goed tennissen.
Waar tennissen jullie?
Enkele meisjes waren aan het tennissen.
Laat ons vanmiddag gaan tennissen.
Tom is aan het tennissen met Mary.
Tom is met Mary aan het tennissen.
Hij kan beter tennissen dan iedere andere jongen in zijn klas.
Ik kan niet zo goed tennissen als Tom.
We tennissen altijd op zaterdagochtend.
Ik heb Tom zien tennissen.
Wil je met ons tennissen?
Wilt u met ons tennissen?
Willen jullie met ons tennissen?
Wanneer tennissen jullie?
Veelvoorkomende combinaties met tennissen
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- te tennissen 28×
- met tennissen 18×
- het tennissen 16×
- tennissen in 12×
- tennissen en 11×
- gaan tennissen 10×
- tennissen op 9×
- niet tennissen 7×
- kan tennissen 7×
- we tennissen 6×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "tennissen" in een zin?
Wat betekent "tennissen"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "tennissen" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl