Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Terugkomen.

Terugkomen

Terugkomen betekenis

opnieuw naar een plaats komen waar men eerder geweest is | ~ op/van: een eerder gemaakte afspraak, genomen beslissing of overeengekomen regel weer ongedaan maken | ~ op: een al eerder besproken onderwerp nog eens opnieuw aankaarten

Voorbeeldzinnen (20)

Wanneer ze terugkomen en of ze terugkomen is momenteel niet aan de orde.

Wanneer zal je terugkomen naar school?

Ik zou graag deze stad verlaten en nooit meer terugkomen.

Op 25 januari zal hij terugkomen.

Ik denk dat hij nooit meer zal terugkomen.

Je moet hier blijven totdat we terugkomen.

Wanneer zal Hans terugkomen uit Nederland?

De hoop dat hij zou terugkomen, gaf mij moed.

Bob zal om zes uur terugkomen.

Ik geloof dat hij nooit meer zal terugkomen.

Waarom wilde ze hier terugkomen?

Je moet voor negen uur terugkomen.

U moet voor negen uur terugkomen.

Jullie moeten voor negen uur terugkomen.

Vader zal zeker om zeven uur terugkomen.

Deze boekwinkel heeft iets waardoor mensen terugkomen.

Verdrijf je behoeften door het raam en ze zullen terugkomen door de deur.

Hij zal terugkomen.

Zij zal terugkomen.

Ze moeten terugkomen.