Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Textielstad.

Textielstad

Textielstad | Textielstadje

Textielstad betekenis

stad met veel textielfabrieken

Voorbeeldzinnen (18)

Het dateert van vlak voor de voorlaatste eeuwwisseling, neergezet in opdracht van een advocaat-industrieel uit de voormalige textielstad beneden.

Het is een van de specialismen van bedrijven hier: Panipat is een textielstad.

Textielstad Roubaix werd in de negentiend eeuw het industriële ‘Manchester’ van Frankrijk genoemd.

Indertijd was Tver een bloeiende Russische textielstad met zo’n 15.000 arbeiders.

De lock-out sleepte maanden aan en zorgde voor grote armoede onder de werkende bevolking en grote imagoschade voor de textielstad.

Eind 19e eeuw was Oudenaarde een bloeiende textielstad, waarbij er tal van bedrijven zich hier vestigden.

Gent was toen een belangrijke textielstad.

Hij vertelde over Amiens, de stad waar hij opgroeide als zoon van een artsenpaar, ook een voormalige textielstad.

Jongens van de studentenvereniging van de Hogere Textielschool in Enschede willen het 40-jarig jubileum vieren en krijgen het voor elkaar om de jazzlegende te strikken om in de textielstad op te treden.

Trainingskamp Jalhay Verviers, vroeger een weelderinge textielstad, behoort vandaag tot de armere regio's van ons land.

Het is een monument, een herinnering aan de textielstad die Almelo vroeger was en aan de werklust van de arbeiders in de fabriek.

Alagiah schrok toen de man hem in gebrekkig Engels vertelde al vijftien jaar in de vervallen textielstad woonachtig te zijn.

Lange tijd was Magog hoofdzakelijk een textielstad.

Een heel ander beeld dan in bijvoorbeeld Tilburg, ook een textielstad, waar de bevolkingsgroei voornamelijk werd veroorzaakt door een flink geboorteoverschot.

Dit woord is ontleend aan een gebruik uit de periode dat Tilburg voornamelijk een textielstad was.

De Oisterwijkse textielindustrie was in 1870 vrijwel verdwenen door de opkomst van Tilburg als textielstad.

Socialist Geboren in een arbeidersgezin van linkse signatuur in de toenmalige textielstad Roubaix (Robaais) als zoon van Hypolite Lebas en Félicité De Lattrée.

Familiegeschiedenis Johannes Wilhelmus Sutorius had zich kort na 1800 vanuit het Nederrijnse Büderich in de textielstad Helmond gevestigd.