Op deze pagina vind je 10+ voorbeeldzinnen met Thuisblijven. Ontdek de betekenis, hoe je het woord correct gebruikt in een zin.
Thuisblijven in een zin
Gerelateerde woorden
Thuisblijven betekenis
de eigen woning niet verlaten
Gebruik van Thuisblijven
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: de eigen woning niet verlaten
- In het voorbeeldencorpus komt thuisblijven vaak voor in combinaties zoals: thuisblijven en, thuisblijven bij, thuisblijven als.
Context rond Thuisblijven
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 6 woorden
- Plaats in de zin: 2 begin, 6 midden, 12 einde
- Zinsoorten: 17 stellend, 3 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Thuisblijven
- In deze selectie staat "thuisblijven" meestal aan het einde van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 6 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral wil, tom, moesten en vanwege op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "thuisblijven".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn niet alleen thuisblijven en dat we thuisblijven en tv. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "thuisblijven" dicht bij woorden als developer, fk en gevangenisstraffen, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met thuisblijven
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Moet Tom thuisblijven vandaag? (4 woorden)
Thuisblijven is niet leuk. (4 woorden)
Ik zal vandaag thuisblijven. (4 woorden)
Wat doe je liever: naar de bioscoop gaan of thuisblijven? (10 woorden)
Ik ben niet zeker of ik zou thuisblijven of uitgaan. (10 woorden)
Ik stel voor dat we thuisblijven en tv-kijken. (9 woorden)
Iedereen die wil thuisblijven kan toch thuisblijven? (7 woorden)
Wat doe je liever: naar de bioscoop gaan of thuisblijven? (10 woorden)
Moet Tom thuisblijven vandaag? (4 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Iedereen die wil thuisblijven kan toch thuisblijven?
Ik zou vandaag liever uitgaan dan thuisblijven.
Wat doe je liever: naar de bioscoop gaan of thuisblijven?
Moet Tom thuisblijven vandaag?
Ik ben niet zeker of ik zou thuisblijven of uitgaan.
Ik stel voor dat we thuisblijven en tv-kijken.
Thuisblijven is niet leuk.
Tom wilde thuisblijven met Maria.
Ik zal vandaag thuisblijven.
We gaan vandaag thuisblijven.
Wij moesten thuisblijven vanwege de storm.
Ik zal morgen thuisblijven.
Thuisblijven is helemaal niet leuk.
Als het morgen regent, zal ik thuisblijven.
Als het regent, zullen we thuisblijven.
Mijn zus wilde niet alleen thuisblijven.
Mijn zusje wilde niet alleen thuisblijven.
Tom wilde niet alleen thuisblijven.
Laten we thuisblijven en tv kijken.
Tom wil niet thuisblijven.
Veelvoorkomende combinaties met thuisblijven
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- thuisblijven en 27×
- thuisblijven bij 14×
- thuisblijven als 12×
- en thuisblijven 10×
- moeten thuisblijven 9×
- thuisblijven is 7×
- thuisblijven met 6×
- lekker thuisblijven 6×
- het thuisblijven 6×
- gewoon thuisblijven 6×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "thuisblijven" in een zin?
Wat betekent "thuisblijven"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "thuisblijven" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl