Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Thuiswonend.

Thuiswonend

Thuiswonend | Thuiswonende | Thuiswonenden

Voorbeeldzinnen (7)

Thuiswonend klinkt heel erg als ‘nog net thuiswonend’.

Je kan van te voren weten dat dit soort acties om erachter te komen hoeveel ze reizen om zodoende menen te kunnen bewijzen dat ze thuiswonend zijn en frauderen als uitwonend, een verloren zaak zijn.

Mevrouw rechts (studente Europese Studies, thuiswonend, Randstad, fiets met bloemenstuur) gaat JA invullen op 6 april.

Sandra geeft voorlichting over de route die bewandeld wordt van nog thuiswonend naar opname in het verpleeghuis.

Kences vermoedt ook dat studenten zich later inschrijven in de nieuwe gemeente dan dat ze er daadwerkelijk wonen omdat het nu niet meer uitmaakt of ze als uitwonend of thuiswonend geregistreerd staan.

Als de student nog thuiswonend is kost de studiebol gemiddeld 650 euro.

Een aantal leden van deze site heeft nog zorg voor een thuiswonend kid, of verleent – soms nog naast een betaalde baan – mantelzorg voor een vaak hoogbejaarde moeder of vader.