Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Tijdschriftje.

Tijdschriftje

Tijdschriftje | Tijdschrift | Tijdschriften

Voorbeeldzinnen (12)

Bij de toenmalige supermarkt Vivo kreeg je bij een bepaald bedrag aan boodschappen een tijdschriftje mee.

Noordam zelf werd uitgever-directeur, Carmiggelt hoofdredacteur van het zestien bladzijden tellende tijdschriftje, dat nauwelijks de rekening van de drukker opbracht.

De citroengele kleur van het tijdschriftje heeft inmiddels plaats gemaakt voor warm oranje en dat heeft alles te maken met het nieuwe logo.

En hij deed er nog eens tweehonderd grote enveloppen bovenop om het tijdschriftje te versturen.

Bedoeld als besparingsmaatregel, zag het tijdschriftje er merkwaardig genoeg ook een stuk beter uit.

Boomerang hanteert daarbij als criterium dat er een 'tijdschriftje aan de muur' moet ontstaan.

Duif) een humoristisch tijdschriftje redigeerde dat MalleNmolen heette, en waarin de humor werd aangeprezen als 'een zijtak der letteren'.

Een van de bouwvakkers had zelfs de euvele moed mij – kort voor onze thuisreis naar het verderfelijke Westen – zijn adres te verstrekken om hem na thuiskomst een lichtelijk ‘bloot’ tijdschriftje te kunnen zenden.

Om de samenwerking duidelijk kenbaar te maken aan de buitenwereld, werd het tijdschriftje alweer herdoopt.

Dat wordt half werk, haastwerk, geen leuk tijdschriftje erbij, maar opschieten, doorgaan.

Als nieuw lid krijg je nog het laatste tijdschriftje van eind 2011 opgestuurd, het volende boekje krijg je begin januari 2012.

Noordam zelf werd uitgever-directeur, Carmiggelt hoofdredacteur van het 16 bladzijden tellende tijdschriftje, dat nauwelijks de rekening van de drukker opbracht.