Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Tobberig.

Tobberig

Tobberig | Tobberige | Tobberigheid

Tobberig betekenis

van een persoon dat hij of zij zich veel overbodige zorgen maakt

Synoniemen van Tobberig

Voorbeeldzinnen (9)

De zorgeloze jonge ingenieur Floris lag er wat minder van wakker dan de wat tobberig ingestelde gepensioneerde ondernemer Erik, maar het was in december voor alle ijkpersonen een beroerde maand op de beurs.

Voor een audioverhaal in Scheveningen maakte schrijfster Marente de Moor van Mendelssohn een tobberig personage.

Of hij schreef: 'Ik moet vanavond doorwerken', en dan stuurde ik Matthew Broderick in een maatpak die tobberig 'work work work' zegt.

Die tobberigheid staat voor een deel los van de partij: de staat van Nederland lijkt voldoende reden om tobberig, zo niet hevig verontrust te zijn.

In de lange 'normalisatieperiode' na 1968 ogen ze vitaal maar ook, als je beter kijkt, ietwat tobberig.

Volgens een tobberig intern stuk dat de NOS in handen heeft, wil het Rode Kruis een heuse 'gedragscode' instellen om vrijwilligers daaraan te herinneren.

Dat klinkt pathetisch, maar ik denk dat dit met mijn karakter te maken heeft, hoe ik gevormd ben: blij en tobberig tegelijk.

Rinus is een beetje tobberig de laatste week.

Het klinkt weinig tobberig.