Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Toebehorende.

Toebehorende

Toebehorende | Toebehoren

Voorbeeldzinnen (15)

Artikel 4: Hij die een aan niemand toebehorende roerende zaak in bezit neemt, verkrijgt daarvan de eigendom.

Een heer láát zich verplaatsen - (binnen vier aan hem toebehorende wielen, wel te verstaan.

De vervoerregioraad wordt voorgezeten door een politieke voorzitter van een van de toebehorende gemeenten én een voorzitter van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

Het doel van de vennootschap was de exploitatie van de haar in eigendom toebehorende onroerende goederen, door bebouwing, verkoop, ruiling, verhuur als anderszins.

Het was uitzonderlijk dat een vroegere feodale heer, burgemeester werd van wat de hem toebehorende heerlijkheid was geweest.

Hij bracht zijn jeugd door op het aan zijn ouders toebehorende kasteel Ter Meeren in Breendonk en kreeg er privéles.

Voorwerpen den veroordeelde toebehorende, door middel van misdrijf verkregen of waarmede misdrijf opzettelijk is gepleegd, kunnen worden verbeurdverklaard.

Ik wil een bouwlift achter de bus vervoeren, Renault Master lengte 6m1, bouwlift kantellift lengte 6 m1, met de toebehorende verlichting balk en kenteken.

Op eerste verzoek van leverancier verplicht afnemer zich mee te werken aan de uitoefening van het eigendomsvoorbehoud door het de leverancier verschaffen van alle aan leverancier in eigendom toebehorende onbetaald gebleven geleverde goederen.

Van daag ben ik jarig; van Tante heb ik een zakje met lekkers gekregen, en van mijne broêrs en zusters een naaikistje met al het toebehorende.

Het tegenoverliggende godshuis 'Jeruzalem' (wel van het godshuistype, maar altijd in privébezit gebleven en niet behorende tot de godshuizen toebehorende aan het OCMW) is door de vzw Kantcentrum in gebruik genomen als kantschool.

Ook Isaak Tirion beschreef, in 1751 het gebouw als een schoon kasteel met eene plantaadje den Heere van Drunen toebehorende.

De naam Gendringen zou duiden op "collectiviteit, toebehorende aan de lieden van 'Gandahari'".

Naast de aan hen uitgegeven hoeven moesten de horige boeren als herendienst ook het aan de centrale hof toebehorende land bewerken.

Toen in de loop van de zestiende en zeventiende eeuw steeds meer grond droogviel, begonnen de heren van De Mijl de hun toebehorende grond weer in te polderen.