Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Toerfiets.

Toerfiets

Toerfiets betekenis

stevige en veelzijdige fiets voor lange tochten en fietsvakanties, geschikt voor steile hellingen en waarop veel bagage kan worden meegenomen

Voorbeeldzinnen (14)

Moderne toerfiets Een toerfiets of trekkingfiets is een fiets die speciaal ontworpen of aangepast is om fietsvakanties te maken.

De fiets heeft een wat luxe uitstraling en is een combinatie van een citybike en een toerfiets, zeker als je wat langere fietstochten wilt maken.

Een huis-tuin-en-keukenfiets is toch echt anders dan een toerfiets om in Zuid-Limburg op vakantie mee te gaan.

Een toerfiets, een boodschappenfiets, een reservefiets, een blitse sportfiets om Daniël aan het fietsen te krijgen (kansloze missie), een vouwfiets die ze 'voor dat geld gewoon níet kon laten staan' - het wielerpark dijt maar uit.

Ik heb drie motorfietsen, een toerfiets, een sportfiets en een naked.

Dit is een toerfiets uit de tijd waarin mensen er samen op uittrokken, de natuur in.

Of vier euro of leden van de Nationale Toerfiets Unie.

De organisatie is in handen van TC De Berkelrijders onder auspiciën van de Nederlandse Toerfiets Unie (NTFU).

Ik ben de trotse bezitter van een spiksplinternieuwe snelle koersfiets en van een toerfiets voor mijn zomerse fietsvakanties.

Dit kan op een toerfiets, maar ook met de racefiets.

TC de Tol is een toerfietsclub die is aangesloten bij de NTFU (Nederlandse Toerfiets Unie).

Met een crossfiets lekker de bossen in of een leuke route fietsen op een toerfiets langs en door de omliggende dorpjes.

Toerfiets met de voordelen van een gedoseerde ION-trapondersteuning, aangedreven door een krachtige, uitneembare accu in de bagagedrager.

Vandaag is Noord op Stee te gast bij de Winsumer Wierden Tocht, een fiets-evenement dat georganiseerd wordt door de Toerfiets Club Winsum.