Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Toetje.

Toetje

Toetje betekenis

gerecht waarmee een maaltijd kan worden afgesloten

Voorbeeldzinnen (20)

Als je binnen drie minuten je bord niet leeg hebt, krijg je geen toetje.

Als toetje hebben we vandaag yoghurt met stukjes aardbei en banaan.

Wil je mijn toetje samen delen?

Ik denk dat het toetje je wel zal bevallen.

Heb je Tom gevraagd om een toetje mee te nemen?

Ze bleef maar denken aan de chocoladetaart die ze als toetje at.

Wat is zijn favoriete toetje?

Want ik, ik heb een fantastisch toetje voor jou.

Wat dacht je van een toetje?

Je bent nog geen eens een toetje!

En straks 'n vaatverdikkend toetje?

We krijgen gebraden kip met aardappelen en Rocky Road als toetje.

Ik krijg altijd tapioca pudding als toetje.

Dat toetje gaat dus aan neus van de ploeg uit Raalte voorbij.

De marathon in Utrecht liep hij als toetje, maar de benen voelden goed en brachten hem de overwinning tijdens zijn debuut in de Domstad.

De volgende keer kom ik iets vroeger en breng een courgette mee, een lekkere bloemkool en wat fruit als toetje.

Een half uur later vertelt Nordeman tijdens het maken van een toetje over hun drijfveer om mee te doen aan Come & Eat.

Een slap toetje na het van afgelopen week, maar toch vervelend als u net de barbecue naast de voortent aanstak.

En als toetje dan nog even kijken naar de wanhopig stamelende Henk Kamp.

En nu gaan ze een toetje fietsen.