Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Toneelspeler.
Toneelspeler
Gerelateerde woorden
Toneelspeler betekenis
iemand die een rol speelt op het toneel, in een film of televisieserie | een aansteller, iemand die doet alsof
Voorbeeldzinnen (20)
Damiaan De Schrijver is een toneelspeler die kan schakelen – op zichzelf niks bijzonders voor een toneelspeler.
Er is een zeer beroemde buitenlandse toneelspeler in aantocht (hij heeft al toegezegd), die samen met een toneelspeler die veel minder voldoet aan de eisen van ‘internationale excellentie’ scènes gaat doen uit het stuk-der-stukken.
Hier is de verteller Ton Kas, een toneelspeler die geen toneelspeler wil zijn, een verteller die is opgezadeld met een vertelling die hij helemaal niet wil doen.
Hij is een toneelspeler.
Tom is een toneelspeler.
En die laatste had beter toneelspeler kunnen worden.
Het blijft een linksdraaiende toneelspeler he.
Als toneelspeler ben ik nooit ontzettend ambitieus geweest.
De man is een toneelspeler en een begaafde komiek.
Evenblij is al jaren een toneelspeler, een Hagenaar die een Hagenees speelt.
Terecht ontslag voor deze toneelspeler.
Wat een toneelspeler die Ali, de ideale knuffelmarokaan spelen en ondertussen niet met je ongewenste poten van de vrouwen af kunnen blijven.
Fritz Hirsch (1888-1942), Duits toneelspeler en zanger, kwam in Mauthausen om het leven.
Hamilton is meer een toneelspeler denk ik.
Het fictieve personage van Hendrik Höfgen zou te veel gelijkenis vertonen met de in 1963 overleden toneelspeler Gustav Gründgens, die als pikante bijkomstigheid in de jaren twintig een paar jaar met Erika Mann getrouwd en met Klaus bevriend was geweest.
Hij is was een R&B soulzanger met de hitsong “Loving Arms” en toneelspeler uit de jaren zestig en zeventig.
Toneelspeler tot het eind.
De man bleek een begaafd toneelspeler.
Die man is een toneelspeler en zal deze rol niet aankunnen.
Hij was ook succesvol toneelspeler.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl