Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Tonsuur.

Tonsuur

Tonsuur betekenis

het scheren van de kruin van een priester of monnik | de geschoren kruin van een priester

Voorbeeldzinnen (20)

KRUINSCHERING Het ritueel wegscheren van het haar zodat alleen een rand overblijft (grote tonsuur) of enkel een kleine cirkel op de kruin kaal wordt (kleine tonsuur) ten teken van de afstand van de wereld en de toetreding tot de geestelijke stand.

Maar deze heeft een tonsuur, wat wil zeggen dat hij een geestelijke is, tot de geestelijke stand behoort.

Te herkennen aan de bruine pij van de Franciscanen, tonsuur (geschoren kruin) en het kindje Jezus op de arm (legende).

Het kapittel had weinig zin om daar op in te gaan, aangezien Wouters alleen maar de tonsuur had gekregen en er ook weinig zekerheid was dat hij wel in Brugge zou resideren.

Hij werd door zijn familie al zeer vroeg voorbestemd voor de geestelijke stand en ontving in 1623 de tonsuur.

Nadat hij de tonsuur ontvangen had, schreef hij zijn moeder dat hij subdiaken wilde blijven of misschien diaken wilde worden, maar dat hij niet van plan was priester te worden.

Ze sneden zijn tonsuur (kruin cq. bovenkant van het hoofd) af – met huid en al -, en hakten met bijlen en zwaarden op Otto II in.

Hoe het precies gebeurt - een terugtrekkende haarlijn, spontaan verschijnende kalende plekken of zo’n kek monniken-tonsuur - maakt niet uit.

Hebben we last van 'voorkennis' of is het spontaan dat we denken dat ie lijkt op het hoofd van een monnik, inclusief tonsuur.

Tonsuur staat voor het scheren van de hoofdkruin, zoals bij priesters het geval is.

Aan zijn rechterhand zag hij een beeld: een capucijn - met tonsuur en boek - gehouwen uit een lichte steensoort.

In de Middeleeuwen gold bovendien de tonsuur ( kruinschering ) als een lagere wijding, waardoor het totale aantal op negen wijdingsgraden kon komen.

Loopbaan Lancelot de Gottignies ontving al op zijn zestiende de tonsuur : een ceremonie waardoor iemand bevoegd werd om tot geestelijke ambten benoemd te worden.

Nadat hij de tonsuur ontvangen had schreef hij zijn moeder dat hij subdiaken wou blijven of misschien diaken wou worden, maar dat hij niet van plan was priester te worden.

De tonsuur werd het teken van het opgenomen zijn in de geestelijke stand en verbonden met een inkledingsritus.

Het kardinalaat is in het verleden ook aan clerici toegekend die wel de eerste tonsuur hadden ontvangen maar nog niet de hogere wijdingen (sub-diaken, diaken en priesterwijding).

Hij kreeg er op 18 december 1789 de tonsuur.

Hij kreeg op 29 november 1646 de tonsuur en de lagere wijdingen.

Hij liet Tassilo de tonsuur geven en dwong hem met Liutberga en hun kinderen het klooster in te gaan tot hun dood.

Indien sprake was van een beneficium simplex hoefde de drager van het beneficie geen priester te zijn, doch hoefde slechts de tonsuur te hebben ontvangen, dus geestelijke te zijn.