Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Torentjes.

Torentjes

Torentjes | Torentje | Torentjesoverleg

Voorbeeldzinnen (20)

Herken jij deze torentjes van bovenaf?

In de vitrines werd werk getoond van jonge beeldend kunstenaars en scholieren en dienden de torentjes ook als verlengstuk van de exposities in het 'echte' KunstTorentje.

Gewoon alle raketten op die gekleurde torentjes in Moskou, dat weet de lokale Rus ook dat er iets aan de hand is.

Hij wilde niet langer de paljas uithangen die torentjes maakt met blikjes bier.

Nou, dat lijkt in ieder geval niet op Huis de Torentjes van André Rieu, dat is net iets bescheidener met ik meen iets van 8 man personeel.

Als de ivoren torentjes een roodgespetterd tintje krijgen wordt het lastiger blind te blijven voor de problemen.

Het is een Rijksmonument, Huis de Torentjes genaamd, waarvan het oudste stuk dateert van 1452.

Aan weerszijden van het paleis zijn torentjes met wenteltrappen gebouwd, waarschijnlijk een ontwerp van de zoon van de architect.

Bij een zware storm in 1999 viel een van de vier torentjes die de vieringspits omgeven, door het koorgewelf in de kerk.

Bijzonder aan het gebouw is dat het twee torentjes heeft.

De basiliek heeft vijf koepels en is rijkelijk versierd en voorzien van bogen en vele torentjes.

De fontein bestaat uit een obelisk in roze graniet, daarboven een topstuk met vier wapenschilden, vier torentjes en verdere versiering die rond het roze graniet is aangebracht.

De gevel herbergt verder obelisken, dakkapellen, "tentspitsen", rondboogfriezen, lisenen, topgevels etc. De hoeken met Paulus Potterstraat en Jan Luijkenstraat worden opgesierd door een veelhoekig torentjes met windijzers.

De hoge vierkante toren is geïntegreerd in het kerkschip en werd in 1908 van een nieuwe spits voorzien met op de hoeken kleine torentjes.

De kapel heeft twee torentjes.

De kerk kreeg geen grote klokkentoren en aan het portaal en slechts aan de flankerende torentjes, het roosventer en het kruis op de gevel was te zien dat het een kerkgebouw betreft.

De kerk was licht beschadigd tijdens het Duitse bombardement op Warschau in 1939 (alleen het dak en de torentjes werden verwoest door brand en gereconstrueerd door architect Beata Trylińska).

De loggia heeft een houten plafond en het geheel wordt bekroond met vier hoekpijlers, als torentjes van een Engels kasteel.

De poort, twee torentjes en een deel van de omgrachting zou toen nog aanwezig zijn geweest.

De toren heeft drie verdiepingen, wordt met een spits bekroond met op de hoeken vier kleinere torentjes.