Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Totalisator.

Totalisator

Totalisator betekenis

apparaat met behulp waarvan totalen berekend en geregistreerd kunnen worden, telmachine | machine die totalen berekent t.b.v. de gokkers op wedstrijden

Voorbeeldzinnen (6)

Samen speelden ze ruim 130.000 euro bij de totalisator, meer dan een dag eerder op Duindigt werd omgezet tijdens het Kampioenschap van Nederland en bijna drie keer zoveel als afgelopen zaterdagavond in Wolvega.

Bij terugkeer van de totalisator in 1949 gaat de exploitatie van het landgoed over in handen van de eigenaren, de familie Jochems.

De omzet van de totalisator is toch de basis van de drafsport en dat is duidelijk minder geworden.

Ditmaal mocht de totalisator ruim een ton aan omzet noteren en daarmee voldeed de Jouster Draf- en Rensportvereniging aan de verwachting.

Pas dertig jaar later in 1941 keerde de Totalisator terug en daarmee ook de draverfokkerij.

Van de totalisator ontvingen we op 12 oktober een Zweedse kassaregister die op de Nederlandse banen dienst deed in het Hippo Toto-tijdperk.