Willekeurig woord

Vraag je je af hoe je Traanbeen in een zin gebruikt? Hieronder staan 10+ voorbeeldzinnen uit authentieke Nederlandse teksten. Inclusief de betekenis .

Minder gangbaar woord

Traanbeen in een zin

Traanbeen | Traanbeenderen

Traanbeen betekenis

een van de beederen van de schedel

Gebruik van Traanbeen

  • De belangrijkste betekenis op deze pagina is: een van de beederen van de schedel
  • In het voorbeeldencorpus komt traanbeen vaak voor in combinaties zoals: het traanbeen, traanbeen is, traanbeen heeft.

Context rond Traanbeen

  • Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 20.9 woorden
  • Plaats in de zin: 2 begin, 13 midden, 5 einde
  • Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen

Corpusanalyse van Traanbeen

  • In deze selectie staat "traanbeen" meestal in het midden van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 20.9 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
  • Direct rond het woord vallen vooral gewrongen, bovenkaaksbeen, steekt, haaks en reikt op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "traanbeen".
  • Herkenbare gebruikssignalen zijn van het traanbeen heeft een en aan het traanbeen reikt maar. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
  • Qua corpusfrequentie ligt "traanbeen" dicht bij woorden als aandachtige, aangerichte en aanvoerlijnen, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.

Voorbeeldtypes met traanbeen

Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:

De achterste tak van de praemaxilla raakt het traanbeen niet. (10 woorden)

De buitenste zijkant van het traanbeen heeft een pneumatische opening. (10 woorden)

Bovenaan de oogkas scheidt een klein prefrontale het traanbeen van het voorhoofdsbeen. (12 woorden)

De opgaande tak heeft een gesplitst uiteinde waarvan de bovenste vork tussen het neusbeen en het traanbeen steekt, het neusbeen met een lang binnenste contactfacet rakend, en de onderste tak intern onder het traanbeen door gaat. (36 woorden)

De punt van de opgaande tak overlapt de achterkant van de neergaande tak van het traanbeen iets aan de buitenkant; lager overlapt deze neergaande tak aan de binnenkant juist de opgaande tak. (32 woorden)

De opgaande tak van het bovenkaaksbeen steekt bij de bovenste snuitrand in een bovenste tak van het traanbeen, door welke tak het aan de buitenkant en binnenkant omvat wordt. (29 woorden)

Voorbeeldzinnen (20)

De opgaande tak heeft een gesplitst uiteinde waarvan de bovenste vork tussen het neusbeen en het traanbeen steekt, het neusbeen met een lang binnenste contactfacet rakend, en de onderste tak intern onder het traanbeen door gaat.

Achter het traanbeen is er een niet-versmolten prefrontale dat weer uitloopt in het postorbitale; beide beenderen zetten bovenop de verruwingen verder.

Beide stukken lopen echter niet direct in elkaar over maar worden gescheiden door een naar voren bollende uitstulping van de buitenwand van het traanbeen, anders dan bij Torvosaurus.

Bij de meeste tyrannosauriden staat de bovenrand van het facet met het traanbeen haaks op de middennaad.

Bovenaan de oogkas scheidt een klein prefrontale het traanbeen van het voorhoofdsbeen.

Boven en achter de fenestra antorbitalis vormen twee beenplaten van het traanbeen een deel van de fossa.

Dat wordt weer van het neusgat gescheiden door een lange opgaande tak van het bovenkaaksbeen en van de oogkas door een gewrongen traanbeen.

De achterste tak van de praemaxilla raakt het traanbeen niet.

Advertentie

De balk van het jukbeen achter zijn verbinding met het traanbeen is daarbij zeer dun en verticaal afgeplat zodat het wat naar boven kon buigen.

De binnenhoek van het traanbeen is uitgehold door een groeve die weer voorzien is van een foramen pneumaticum.

De buitenste zijkant van het traanbeen heeft een pneumatische opening.

De fossa antorbitalis reikt tot over het raakpunt van bovenkaaksbeen, traanbeen en jukbeen.

De meer achterste elementen van de schedel, zoals het bovenkaaksbeen, het neusbeen, het traanbeen en het jukbeen, zijn zwaar vergroeid en hun precieze begrenzing is onduidelijk.

De opgaande tak van het bovenkaaksbeen steekt bij de bovenste snuitrand in een bovenste tak van het traanbeen, door welke tak het aan de buitenkant en binnenkant omvat wordt.

De praemaxilla heeft een rechthoekige naar achteren lopende tak die tot aan het traanbeen reikt maar het neusbeen niet raakt, een uniek kenmerk.

De punt van de opgaande tak overlapt de achterkant van de neergaande tak van het traanbeen iets aan de buitenkant; lager overlapt deze neergaande tak aan de binnenkant juist de opgaande tak.

De schacht van het traanbeen is plaatvormig, breed in zijaanzicht met een platte buitenkant.

De tak naar het jukbeen raakt het traanbeen niet en steekt ook niet ver naar achteren uit.

De tak van het bovenkaaksbeen naar het traanbeen heeft een basis waarvan de breedte, van voor naar achteren gemeten, 30% bedraagt van de lengte van de tak.

De voorrand van de neergaande tak van het traanbeen heeft een diepe trog tussen de binnenwand en buitenwand.

Advertentie

Veelvoorkomende combinaties met traanbeen

Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:

Veelgestelde vragen

Hoe gebruik je "traanbeen" in een zin?
Een voorbeeld: "De opgaande tak heeft een gesplitst uiteinde waarvan de bovenste vork tussen het neusbeen en het traanbeen steekt, het neusbeen met een lang binnenste contactfacet rakend, en de onderste tak intern onder het traanbeen door gaat." Op deze pagina vind je 10+ voorbeeldzinnen met het woord "traanbeen" uit authentieke Nederlandse teksten.
Wat betekent "traanbeen"?
Traanbeen betekent: een van de beederen van de schedel
Hoeveel voorbeeldzinnen met "traanbeen" zijn er?
Op Voorbeeldzinnen.info staan minstens 10+ voorbeeldzinnen met "traanbeen", uit een database van meer dan 16 miljoen Nederlandse zinnen.