Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Trakteer.
Voorbeeldzinnen (20)
Als jij gelijk hebt trakteer ik een tank benzine/diesel, als ik gelijk heb trakteer jij mij.
Wil je wat gaan eten? Ik trakteer.
... Hé, hé jullie twee, gaan alle hekken los als je weet dat ik trakteer?
Kom, ik trakteer.
Deze keer trakteer ik.
Nee, nee, ik trakteer.
''Hoe laat is het?'' ''Kwart voor één.'' ''Ik trakteer je op een lunch. Je hebt vast honger.'' ''Ik heb een paar boterhammen die mijn vrouw voor me heeft gemaakt.''
Ik trakteer op 'n donut.
Ik trakteer jou en Elsa op een lunch als je niet met je vingers eet.
Als je dit ongedeerd weet te overleven, trakteer ik je op een etentje in mijn club.
Trakteer me op 'n lunch.
Ik trakteer je op een martini.
Zou u voor me willen bellen als ik u trakteer op een krabtaartje?
Ik drink niet, dus dan trakteer ik jou wel op een borrel.
Trakteer nu op een drankje.
Als het kabinet valt, trakteer ik vanavond volop rondjes in het café!
Als je een gaystel bent trakteer je elkaar ook, en daarbij speelt gender totaal geen rol, dus waarom bij ons dan wel?
Ik denk dat ik mijn Duitse helm vanavond ook maar eens op een grote sappenstreik trakteer.
Trakteer je gasten op kraakverse pizza’s zoals ze die nog nooit eerder proefden.
En de medekandidaten trakteer ik ook nog op een ticket voor de opera en een gezellig etentje met iedereen samen.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl