Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Traveeën.

Traveeën

Voorbeeldzinnen (20)

Aan de linkerzijde bevinden zich drie traveeën met elk twee ramen op de verdieping en aan de rechterzijde twee traveeën met eveneens elk twee ramen.

Het gebouw is eenbeukig en telt vier traveeën en een dwarsschip met vierkante traveeën.

Achter het middengedeelte van vier traveeën bevond zich het voorhuis met de ingang in de tweede van deze vier traveeën (dus de derde travee als we zijvleugels meetellen).

Het neogotische gebouw bestaat uit een vierkante ingebouwde gotische westtoren van zandsteen, een schip met vijf traveeën en een driezijdig gesloten koor met twee traveeën.

Oorspronkelijk telde station Eine 3 traveeën, in de loop der jaren is het echter verlengd naar 5 traveeën.

Ter weerszijden van de ingangspartij bevinden zich geveldelen van vier traveeën breed, daarnaast risalerende delen tegen topgevels met hijsluiken en trijshuisjes en aan de uiteinden geveldelen die twee traveeën breed zijn.

Aan de Bourgognestraat telt de gevel drie traveeën, waarvan de eerste twee aanzienlijk breder zijn en de meest linkse smaller en lager.

Aan de kant van de vijver was de ingang van drie traveeën, uitgewerkt als risaliet en bekroond met een trapgevel.

Afhankelijk van waar men de westelijke begrenzing van de kapel situeert, zijn er aansluitend aan het koor een of twee traveeën.

Blomme ontwierp dit indrukwekkend rechthoekig gebouw in Vlaamse neorenaissancestijl, met zeven traveeën op vijf en twee niveaus.

De gevel van dit gebouw met vijf traveeën en twee niveaus was uitgerust met een dakgoot.

De kapel is een bakstenen gebouw van vier traveeën onder een zadeldak met klokkenruiter.

De kleine, eenvoudige vensters elders in de kloostergang, onder andere in de eerste twee traveeën van de Lange Gaank (lange of westelijke gang), worden hier evenmin behandeld.

De pijlers van blauwe steen aan de ingang en de vijf traveeën van de oorspronkelijke stadsmuur zijn de enige architectonische overblijfselen van de oude begraafplaats.

De rechtervleugel telt 3 traveeën, de linkervleugel 2. In de rechtervleugel is de wachtzaal inclusief loketruimte ondergebracht.

De stenen voorgevel met dakgoot, drie traveeën breed, is verfraaid met enigszins uitspringende lijsten en een fries bestaande uit bakstenen.

De traveeën ter weerszijden van de toren hebben vroeger deel uitgemaakt van het schip.

De traveeën uit de eerste bouwfase (1871–1873) zijn te onderscheiden van de nieuwere door het geschilderde bladpatroon langs de zijkant van het gewelf bij het oudere deel.

De traveeën zijn gemarkeerd met steunberen die mergelstenen hoekblokken hebben.

De tweede bouwfase werd ingeluid met de afbraak van het oude kerkschip en de nieuwbouw van nog eens drie traveeën, de zijgevels met de kapellen.