Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Treuzel.

Treuzel

Voorbeeldzinnen (9)

Treuzel niet zo.

Nou, snel naar Eneco of Vattenfall dan, wat treuzel je nog?

Dan stonden we nu niet als laatste treuzel-Europeaan in de rij voor de duurste gasdeal.

Goochel, treuzel, vraag om hulp en weet wat je doet.

Blijf uit de tocht, ga niet zonder jas naar buiten, treuzel niet in de kou, kom snel weer binnen als je bezweet bent of natgeregend.

Ik treuzel, draal en blijf maar kijken, zelfs als ik weer op weg ben.

En treuzel niet, want dan worden zij ongerust en pikken het zelfs uit je rugzak.

Teut op een bezem en Treuzel op een stofzuiger.

Treuzel niet, maak haast.