Hoe gebruik je Treuzel in een zin? Bekijk 8 voorbeeldzinnen die tonen hoe dit woord in verschillende contexten voorkomt.
Treuzel in een zin
Gerelateerde woorden
Gebruik van Treuzel
- In het voorbeeldencorpus komt treuzel vaak voor in combinaties zoals: treuzel niet, en treuzel.
Context rond Treuzel
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 13 woorden
- Plaats in de zin: 4 begin, 3 midden, 1 einde
- Zinsoorten: 7 stellend, 1 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Treuzel
- In deze selectie staat "treuzel" meestal aan het begin van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 13 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral laatste, goochel, europeaan, vraag en draal op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "treuzel".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn als laatste treuzel europeaan in en bezem en treuzel op een. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "treuzel" dicht bij woorden als aaas, aaib en aaibaarheidsgehalte, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met treuzel
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Treuzel niet, maak haast. (4 woorden)
Teut op een bezem en Treuzel op een stofzuiger. (9 woorden)
Goochel, treuzel, vraag om hulp en weet wat je doet. (10 woorden)
Blijf uit de tocht, ga niet zonder jas naar buiten, treuzel niet in de kou, kom snel weer binnen als je bezweet bent of natgeregend. (25 woorden)
Dan stonden we nu niet als laatste treuzel-Europeaan in de rij voor de duurste gasdeal. (16 woorden)
En treuzel niet, want dan worden zij ongerust en pikken het zelfs uit je rugzak. (15 woorden)
Nou, snel naar Eneco of Vattenfall dan, wat treuzel je nog? (11 woorden)
Voorbeeldzinnen (8)
Nou, snel naar Eneco of Vattenfall dan, wat treuzel je nog?
Dan stonden we nu niet als laatste treuzel-Europeaan in de rij voor de duurste gasdeal.
Goochel, treuzel, vraag om hulp en weet wat je doet.
Blijf uit de tocht, ga niet zonder jas naar buiten, treuzel niet in de kou, kom snel weer binnen als je bezweet bent of natgeregend.
Ik treuzel, draal en blijf maar kijken, zelfs als ik weer op weg ben.
En treuzel niet, want dan worden zij ongerust en pikken het zelfs uit je rugzak.
Teut op een bezem en Treuzel op een stofzuiger.
Treuzel niet, maak haast.
Veelvoorkomende combinaties met treuzel
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- treuzel niet 4×
- en treuzel 2×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "treuzel" in een zin?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "treuzel" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl