Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Trippelt.
Voorbeeldzinnen (14)
De negenjarige terriër trippelt getrouw achter ons aan.
Dolblij trippelt en huppelt ze langs de tribunes om haar wereldrecord op de 10.000 meter te vieren.
Boerenhoedster Carola Schouten, die haar hysterische roze mantelpakje weer uit haar inloopkast heeft getrokken, trippelt nerveus rond, veilig als rugdekking van Mark Rutte, de staatsman die plots in gesprek gaat met het volk.
Een naakte kleuter trippelt door de woonkamer terwijl een vader hem naar boven probeert te lokken voor een bad.
Het slag volk dat bij slecht weer om plassen water heen trippelt omdat hun schoentjes anders vies worden.
Kunst die behaagt, kunst die omzichtig rond je o zo fragiele gevoelens trippelt, kunst die er alles aan doet om je teerhartig zieltje niet te kwetsen, wel, dat is geen kunst.
Bij het zoveelste briesje dat als kattenpootjes over het water trippelt, bij de zoveelste alinea die metafoor op metafoor stapelt, had ik de neiging even een stukje over te slaan.
Dit mini-album trippelt sierlijk op kousenvoeten de kamer binnen met ‘Desire’, waarin een sensuele contrabas en uitgestrekte, melancholische saxnoten roodgloeiend oplichten.
De Wevers nota trippelt dus om de typische N-VA-strijdpunten zoals de beperking van de werkloosheid in de tijd en de indexsprong heen.
Groots en trots trippelt ze op haar tenen.
Hughes trippelt gelukkig weer zijn nichterige danspasjes van vroeger, maar zijn oude, geile vorm heeft hij nog niet terug.
Zenuwachtig trippelt ze heen en weer.
Vrijwel onmiddellijk trippelt poes naar de keuken.
Als rolstoelgebruiker met een eenzijdige verlamming moet je ook zonder problemen langdurig in je rolstoel kunnen blijven zitten en rijden, zónder dat je trippelt.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl