Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Trof.

Trof

Voorbeeldzinnen (20)

De politie trof een leegstaande auto aan en is op zoek gegaan naar de man en trof hem in de directe omgeving aan.

Jaspers trof de paal, Vissers trof de paal en op de koop toe zag Sint-Lenaarts twee doelpunten afgekeurd.

In 2018 trof ING een schikking van 775 miljoen euro met het Openbaar Ministerie (OM), omdat de bank onvoldoende maatregelen trof om witwassen tegen te gaan.

Cristiano Ronaldo trof in de eerste groepswedstrijd tegen Ivoorkust al eens de paal na een knap schot, en trof nu weer de lat na een pegel.

De bal trof haar in het oog.

De politie trof de politicus dood aan in zijn kamer.

Ik trof de kamer leeg aan.

Hij trof vlug een beslissing.

Ik trof haar huilend in de keuken aan.

In de maag van de overledene trof ik sporen aan van een onbekende substantie.

Een verwoestende aardbeving trof de hoofdstad van de staat.

Al bij het begin van de Tweede Wereldoorlog trof een bom het huis waar de familie Zamenhof woonde, en verwoestte daar alle documenten voor de ontwikkeling van de Esperanto taal.

Ik trof hem puur toevallig.

Plots trof de bliksem een ​​van de oudste bomen in het bos.

Sami trof poep op de muur aan.

Een merkwaardige ziekte trof de stad.

Het paard hinnikte schrikwekkend, rukte de riem kapot en trof met het vrijgekomen achterbeen de verschrikte smid recht op zijn borst. Wij hoorden iets kraken.

Ik trof de deur open aan.

Na de nevel trof de dokter je bewusteloos aan.

Z'n weduwe trof hem dood aan, besefte dat er geen alimentatie inzat... en stak hem 15 keer met een mes, uit wrok.