Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Tronk.

Tronk

Tronk | Tronkje | Tronken

Tronk betekenis

boomstam waarvan het bovenste deel en de takken zijn afgehakt | onderste deel van een boom bestaand uit de wortels en een deel van de stam dat na het omhakken of omvallen van een boom overblijft | afgeknotte boom of struik

Voorbeeldzinnen (7)

Kerkelijk centrum De Tronk staat in drassige grond Amsterdam-IJburg - Het oecumenische kerkelijk centrum De Tronk in de nieuwbouwwijk IJburg bij Amsterdam heeft na twee jaar nog maar amper voet aan de grond kunnen krijgen onder de nieuwe wijkbewoners.

Zo kunnen oude dromen waar worden en zal er - met vallen en opstaan - nog steeds hoop voor de oude Tronk van Jesse.

Ze ontdekken een kleine tronk, die Heer Bommel oppakt.

De grote tronk is heer Bommel erg dankbaar voor de opvoedering.

In het lied wordt gezinspeeld op de tekst van de profeet Isaïas (Jesaja) 11:1: En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï en een scheut uit zijn wortelen zal vrucht dragen.

Tom Poes vraagt en krijgt een hele zak mee als voedsel voor de tronk.

Naast woningen zijn de Willibrordschool en het religieus centrum De Tronk op het Grote Rieteiland te vinden.