Hoe gebruik je Trots in een zin? Bekijk 20 voorbeeldzinnen die tonen hoe dit woord in verschillende contexten voorkomt, plus de exacte betekenis.
Trots in een zin
Gerelateerde woorden
Trots betekenis
- erg blij met wat men (bereikt) heeft
- vervuld van eigen grootheid
- verwaand, hoogmoedig, hovaardig, hooghartig
Synoniemen van Trots
Voorbeeldzinnen (20)
Het is de Nederlandse trots tegen de franse trots en dat heeft geen zin als de fransen meer voor het zeggen hebben.
Kijk hoe trots de andere bevolkingsgroepen trots zijn op hun haar je ziet ze ook niet lopen met een kroeskop pruik.
Hij is er trots op dat hij de eerste zwarte burgemeester werd van België, maar hij is vooral trots op zijn kinderen.
Blanken die trots zijn op hun afkomst deugen niet (meer), zwarten die trots zijn op hun afkomst is prima de luxe.
Maar ik praat liever over trots omdat mijn ploeg een punt heeft gepakt dan trots omdat het 'slechts' 0-5 is geworden.
In het programma Trots! zien we bijzondere verhalen van mensen die enorm trots zijn op zichzelf of iemand anders.
Tradwives hebben tenminste nog een eigen wil en trots, zij dénkt dat ze een eigen wil heeft en is daar zelfs trots op.
Kortom, zo'n vlag is iets om trots op te zijn, exact dezelfde trots om te kunnen zeggen dat je Nederlander bent.
TROTS en met name Verdonk zelf hebben aanvankelijk geen openheid willen geven over wie Trots op NL financierde.
Adrisi: 'Toen ik in 1974 door mijn vriend Idi Amin gevraagd werd chef van het leger te worden was ik trots, heel trots.
We zijn allemaal erg trots op jullie en om in jullie jargon te blijven:” Mama Aisa is ook erg trots op jullie”.
Ik ben trots op het ANP en trots dat ik het ANP, nu ook in de functie van interim-hoofdredacteur, mag vertegenwoordigen.
De in Mussel geboren Meems is trots op het Noorden en trots op zijn mobiliteitsbedrijf dat dit jaar negentig jaar bestaat.
Karlijns zus liet op Facebook weten razend trots te zijn op haar zus: "Je bent er nog niet, maar ik ben mega trots op jou.
Als ik niet trots op mijn werk kan zijn, hoef ik niet te verwachten dat iemand anders wel trots is op het werk dat ik doe.
Als je er trots bent dat je een onrecht aan de kaak stelt, dat is iets waar je wellicht trots op kunt zijn.
Sommige mensen zijn er trots op dat ze een Tesla hebben, anderen zijn er trots op dat ze géén Tesla hebben.
De enigen die trots op zichzelf mogen zijn bij een school die niet trots op hen is, zijn de vader en moeder uit dit verhaal.
Desondanks geven agenten aan trots te zijn op hun vak: 86 procent is ‘regelmatig’ tot ‘altijd’ trots op het werk dat ze doen.
We zijn er trots op dat ze een gouden plak heeft gewonnen, en ze is er zelf ook trots op dat als Nederlandse gedaan te hebben.
Zinsdelen met trots
Deze zinsdelen hebben een eigen pagina met voorbeeldzinnen waarin de hele combinatie voorkomt:
Veelvoorkomende combinaties met trots
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- trots op 166×
- trots zijn 21×
- is trots 19×
- trots dat 14×
- erg trots 14×
- en trots 13×
- zijn trots 13×
- er trots 11×
- niet trots 11×
- ben trots 11×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "trots" in een zin?
Wat betekent "trots"?
Wat zijn synoniemen van "trots"?
Wat is "trots" in het Engels?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "trots" zijn er?
Over deze voorbeelden
De 20 voorbeeldzinnen op deze pagina bevatten het volledige woord trots. We verwijderen dubbele, te korte, onvolledige en technisch vervuilde zinnen automatisch. De betekenis is afkomstig uit Wiktionary. Lees meer over de bronnen en controles op de pagina over Voorbeeldzinnen.info of bekijk hoe je een correctie meldt.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl