Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Tuchtigen.

Tuchtigen

Tuchtigen | Tuchtiging | Tuchtig

Tuchtigen betekenis

straffen van een persoon die zich niet aan de geldende regels heeft gehouden met als uitdrukkelijk doel deze persoon op te voeden

Synoniemen van Tuchtigen

Voorbeeldzinnen (9)

Ik kneed uw ziel zodanig dat u voor elke neger knielt, kotst op uw voorvaderen, u zichzelf leert met een krawats te tuchtigen en mij daarvoor ruimhartig van pecunia voorziet.

Ook amateurs tuchtigen zichzelf met de strengste normen.

Hij leerde hun hoe ze zichzelf moesten verloochenen en hun lichaam dienden te tuchtigen.

Lykos gaf Antiope aan zijne gemalin over om haar te tuchtigen.

Vasten, bidden, zich berouwvol op de borst kloppen, zich tuchtigen en versterven, dat alles kan een zondaar ook.

Ds. Wyckenburgius bidt: Geef ons ook, dat wij ons met deze Uw roede mogen laten tuchtigen; dat wij de zonden mogen haten en dat wij de gerechtigheid mogen liefhebben, zodat Gij ons wederom genadig moogt aanzien en vriendelijk tot ons moogt spreken.

Knuttels of knitsels werden gebruikt als rifseizings en ook wel om er een zweep [kattestaart] van te maken voor het tuchtigen van daartoe veroordeelde zeelieden.

Volgens haar zouden mannen een recht hebben om hun echtgenotes te tuchtigen.

Omdat Hij de volmaakte mens was, behoefde Hij zijn begeerten niet door vasten en onthouding te tuchtigen.