Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Tuimelen.
Tuimelen
Gerelateerde woorden
Tuimelen betekenis
draaiend vallen
Voorbeeldzinnen (20)
Dat kon alwéér niet winnen, en kan bij een zege van Gent voor het eerst dit seizoen uit de top-4 tuimelen.
De Britten tuimelen over elkaar heen om vol afschuw, woede en verdriet te reageren op het nieuws.
En met die rentes zelf is ze nog lang niet klaar, getuige de vele basispunten die dagelijk over het bord tuimelen.
Of, zoals de Nederlander Casimir Schmidt, erger: tien plaatsen tuimelen.
Op een video die op Twitter circuleert, is te zien hoe mensen van de trap tuimelen en elkaar verpletteren.
Scouts van Europese topclubs tuimelen de komende weken in Georgië en Roemenië over elkaar heen.
Twee labiele toneelschooldametjes over de piek van hun carriere, komen met non nieuws, voor ze de vergetelheid in tuimelen.
Afgezien van alle debiliteit die ze zelf bijdragen, moesten en zouden beide figuren door de media kapotgemaakt worden en tuimelen de deugers over elkaar heen zodra er maar weer een uitspraak in context met de zoveelste Godwin gebracht kan worden.
Ik vind het alsmaar irritanter om in onzinnige online rabbit holes te tuimelen en probeer dus streng te zijn voor mezelf en goed te kiezen waar ik mijn tijd in steek.
Vaak is maar een kleine onverwachte schuld nodig om daarna helemaal het schuldenravijn in te tuimelen omdat die mensen maar heel weinig middelen hebben om af te lossen.
Ze hebben dus niet enkel een geniale afzet waarna ze hulpeloos door de lucht tuimelen en neerstorten.
Hele groepen en organisaties tuimelen over elkaar heen om de moslimgemeenschap “te vriend te houden” want bang.
Al die tumultueuze gevoelens die over elkaar heen tuimelen, daar kun je zonder gesprekken met anderen geen touw aan vastknopen.
Bedrijven tuimelen over elkaar heen om te laten zien hoe politiek correct ze wel niet zijn, ondertussen zijn ze vergeten wie hun klanten zijn.
Dezelfde krachten die in maart de koersen deden tuimelen, drijven ze nu omhoog.
Tuimelen daar eerst naar buiten: een zestal lachende jongens en meisjes, in de zichtbare roes van onbezorgdheid die alleen vrijbuiters en van examens verloste studenten vertonen.
Wees maar blij man, hij zou van zijn voetstuk tuimelen, en wie moet jij dán nog bewonderen (behalve mij natuurlijk)?
Wie weleens in de UB komt, ziet daar ’s avonds stapels bekers op de ‘cups-bak’ over elkaar tuimelen.
De uitspraak op maandag 14 oktober deed het land tuimelen van verbazing, ongeloof en wantrouwen.
Het heeft ook vier staartvinnen zodat de Dragon bij een Launch abort, waarbij de Dragon wegvliegt van de draagraket, niet gaat tuimelen.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl