Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Tuinbouwer.

Tuinbouwer

Tuinbouwer | Tuinbouw | Tuinbouwers

Tuinbouwer betekenis

Iemand die een tuinbouwbedrijf heeft

Synoniemen van Tuinbouwer

Voorbeeldzinnen (13)

Uitbreidingsplannen tuinbouwer zet kwaad bloed bij buurt: “Een gigantische loods en serres vlak bij de achtertuinen?

De Cannart werd een nationaal en internationaal erkende tuinbouwer.

Daarnaast stonden er bezoekjes aan een melkveebedrijf en een tuinbouwer op het programma.

Jaap van der Wel is een Nederlandse tuinbouwer die in 2015 is begonnen met het telen van sla op hydroponics.

Om artikelen op Tuinbouwer uit Bavel woest na nieuwe sproeierdiefstal: 'Het is te gek voor woorden' te kunnen lezen, dient de zogenaamde Javascript in uw browser ingeschakeld te staan.

Zij krijgen subsidie om het erf te beplanten", aldus tuinbouwer en vice-voorzitter van de ZLTO Boxtel-Liempde, Pieter van de Ven, die de actie namens de ZLTO coördineert.

De tuinbouwer wierp zich al snel op als ‘een reddende engel’ en stond de callgirl in de periode nadien voortdurend bij om haar te helpen met allerlei klusjes.

Net zoals de tuinbouwer zijn bomen gaat verkopen op de Floriade, zo kunnen dan ook bedrijven hun innovaties gaan verkopen.

Door deze overname en bundeling van krachten op het gebied van aankoop, verkoop, logistiek en stockage zal Luc Pauwels nv ook op lange termijn een sterke en concurrentiële partner zijn voor de moderne land- & tuinbouwer in gans Vlaanderen.

Begonnen als tuinbouwer bij zijn vader maakte hij carrière in de groentenzaadbranche in het bedrijf van zijn schoonvader Jacob Jong.

De Cooman was van beroep tuinbouwer.

De naam "hortillonnages" is afgeleid van het Picardische woord "hortillon" wat "warmoezenier" of "tuinbouwer" betekent.

De wijnbouwer Gaston Bazille, Planchon en de tuinbouwer F. Sahut herkenden in de biologische onderdrukking van de druifluis de sleutel tot de oplossing van het probleem.