Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Tuinier.
Tuinier
Gerelateerde woorden
Tuinier betekenis
iemand die beroepsmatig tuinen aanlegt en verzorgt
Voorbeeldzinnen (20)
De tuinier heeft de haag recht gesnoeid.
Hij is tuinier.
De tuinier plantte de bloemen in een rechte rij.
De tuinier moest het gras maaien.
Tom is Mary's tuinier.
Tom is geen goede tuinier.
Ik tuinier graag.
De tuinier was een moordenaar.
Hoeveel ik ook lees en tuinier, m'n gedachten dwalen af.
Chef-kok Stelios Trilyrakis is een biologische tuinier en een herder-beenhouwer die zijn dieren vredevol laat opgroeien.
Het Kwaad is niet het onkruid, het Kwaad is de gecultiveerde plant van die andere tuinier, een plant die ook de juiste bemesting nodig heeft en op tijd moet worden gesnoeid om mooi te kunnen bloeien.
In Leeuwarden liet Tuinier de twee andere finalisten Hilco Boerlage, eveneens uit Stad, met Memory Lab, en Nick van den Pol met Het Ambacht in Ruinerwold achter zich.
Mark Tuinier van Nuwa Pen: ‘Digitaal schrijven biedt nog veel mogelijkheden voor innovatie.
Net zoals de tuinier als belangrijke taak heeft om te zorgen voor een vruchtbaar bodemleven, zo kunnen wij zelf bijdragen aan een goede innerlijke grond.
Tuinier liet een keer het pennetje van een iPad vallen en toen brak de punt.
Anders dan de trotse tuinier, want je bent net iets socialer.
De aardappel om de schoonmaakster en de tuinier mee te commanderen heeft ze alvast.
Deze tuinier zweert ook bij een propere en strakke tuin, maar hij heeft wel een hekel aan tuinieren.
Heel zwart Nederland is tuinier, bijna geen blanke meer te zien.
Hmm, zolang de bezorgers van mijn boodschappen, mijn whisky, mijn schoonmaakster en tuinier er geen last van hebben zal het me niet boeien.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl