Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Tweeën.

Tweeën betekenis

van twee: bij tijdsaanduidingen na voorzetsels

Voorbeeldzinnen (20)

Wij tweeën weten dat jullie tweeën liegen.

Als je een object in tweeën deelt en een deel daarvan weer in tweeën deelt, enz, enz, hou je altijd iets over, fascinerend vind ik dat.

Begin je met z’n tweeën dan eindig je met z’n tweeën.

Snij het in tweeën.

De weg splitst zich hier in tweeën.

Hij deelde de appel in tweeën.

Ze sneed de appel in tweeën.

Ken vouwde het laken in tweeën.

Een van ons tweeën moet het doen.

Het was zo'n verschrikkelijke plaats, dat zelfs spoken er maar zelden naartoe gingen en dan altijd nog met zijn tweeën.

Nu zijn we eindelijk alleen met z'n tweeën.

We sneden de taart in tweeën.

Nu zijn we eindelijk met z'n tweeën.

Als onze maan in tweeën zou breken, zouden de stukken een ring om onze planeet vormen.

Maria zegt dat ze alleen ons tweeën kan vertrouwen.

Een nijlpaard kan een persoon in tweeën bijten, wat een ongewoon vermogen is voor een cavia.

De Berlijnse Muur splitste Berlijn in tweeën.

De groep werd in tweeën verdeeld.

Neem mijn hand. We gaan met z'n tweeën een utopie creëren.

Jullie tweeën lijken wel lol te hebben.