Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Tweelingbroer.

Tweelingbroer

Tweelingbroer betekenis

Een mannelijk evenbeeld, man in een tweeling

Voorbeeldzinnen (20)

Net als Septimus ziet ook zij hem als haar gewone tweelingbroer, en niet als aangenomen tweelingbroer.

Ralf Seuntjens en zijn tweelingbroer zijn exact drie jaar ouder dan Mats en zijn tweelingbroer.

Slechte tweelingbroer Een slechte tweelingbroer is een mannelijk slecht evenbeeld.

De reden hiervoor is dat Hayes een tweelingbroer blijkt te hebben, maar die tweelingbroer is tijdens een missie voor de CIA gedood.

Ik verwar John altijd met zijn tweelingbroer.

Toen je belde, sliep mijn tweelingbroer al enkele minuten.

Tom heeft een kwaadaardige tweelingbroer.

Wist je dat Tom een tweelingbroer had?

Ik heb een tweelingbroer.

Ik heb een tweelingbroer die precies op mij lijkt.

Mijn oma heeft een tweelingbroer.

Tim is de tweelingbroer van Tom.

Heb je een tweelingbroer?

Sami en zijn identieke tweelingbroer, Farid, hadden dezelfde kleren aan.

Weet je dat Thomas een tweelingbroer heeft?

Tom is twintig minuten voor zijn tweelingbroer geboren.

De Hope diamant, we zoeken zijn tweelingbroer.

Wist je dat Elvis een tweelingbroer had?

Adam Yates behoudt na zijn zege in de eerste etappe de gele trui, op zes seconden van Pogacar en zijn tweelingbroer Simon.

De dag daarop werd een tweede verdachte aangehouden, de tweelingbroer van de hoofdverdachte.