Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Twijfelaar.

Twijfelaar

Twijfelaar | Twijfelaars | Twijfelaarbed

Twijfelaar betekenis

iemand die twijfelt | een bed met een zodanige breedte (100-120 cm) dat het als eenpersoonsbed breed is en als tweepersoonsbed smal

Voorbeeldzinnen (20)

Twijfelaar Voor de twijfelaar is er deze variant.

Hij had een kamer waarin een twijfelaar stond en een kledingkast.

Ik probeer ervan los te komen, maar ik ben soms nog de onzekere jongen, de twijfelaar.

Ben zelf een enorme twijfelaar, tot op het punt dat het tegen je gaat werken.

Dit is ook nog eens een agressieve jongen vs. een vredelievende twijfelaar of meisje.

Élodie en Otto-Jan werken hun trainingen apart af, maar verder zitten ze op een tandem: hier is een geknipt tv-duo geboren, hij de neurotische twijfelaar, zij het baken van stabiliteit.

Hier zit nog een vaccinatie twijfelaar.

Hij blijkt een twijfelaar.

In de coronacrisis werd hij vaak als twijfelaar gezien.

Ingvar Kamprad was een twijfelaar.

Niet alleen werd hij zelf natuurlijk ziek, iets waar hij mogelijk nog altijd niet geheel van hersteld is, maar de pandemie heeft ook de twijfelaar in hem naar boven gehaald.

Schuman was in zijn leven als componist een twijfelaar.

Dat ze bij AT5 'jochies en meiden' schrijven ipv 'man / vrouw / onzijdig / vloeibaar / twijfelaar / overgang / vacuum'.

Die ene was een twijfelaar: mss had ze net een porretje van het neuspullekenaan haar vinger.

Formaat twijfelaar, groot zat om een droog nest eronder te hebben.

Maar liever dat nog dan de eeuwige twijfelaar Jeremy Corbyn.

Nog zo’n twijfelaar: melkveehouder John (39), die zich er eigenlijk al bij heeft neergelegd dat er geen vrouw voor hem komt.

Dat heeft menig twijfelaar over de streep getrokken.

Met Pechtold en Verhofstadt een twijfelaar delen?

Ik vind dit heel positief nieuws, een twijfelaar zoals mezelf gaat tot dinsdag wachten om de beslissing te maken om het te kopen.