Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Uithollingen.
Voorbeeldzinnen (20)
Als paleopatholoog was Moodie verdacht op afwijkingen en hij meende die gevonden te hebben op de achterkant van het heupschild waar zich drie cirkelvormige uithollingen bevonden.
Anders dan bij andere dromaeosauriden missen de ruggenwervels pleurocoelen, doorboorde uithollingen die de uitlopers van de luchtzakken toegang boden aan het holle binnenste van de wervel.
Behalve bij de derde en tiende wervel zijn er uithollingen op de zijkanten, een vooraan en een achteraan.
Bij de ruggenwervels en sacrale wervels zijn de pleurocoelen, de pneumatische uithollingen op de zijkant, groot en ongeveer gelijk in grootte.
Bij de titanosauriƫrs evolueerden ook nieuwe uithollingen in de basis van de zijkanten van de wervelboog, de structuur boven op het wervelcentrum.
Bij de voorste staartwervels heeft het voorste facet bovenaan, bij de rand nabij de wervelboog, twee grote gepaarde uithollingen.
Bij het maken van een masker gebruikt de kunstenaar een handbijl, diverse messen, waaronder een krom mes om uithollingen te maken, en een priem om gaten te maken.
Bij sommige exemplaren echter, van verschillende grootte, is dat bot kennelijk geresorbeerd zodat grote uithollingen ontstaan.
Bij Unenlagia comahuensis zijn alle ruggenwervels gepneumatiseerd, intern uitgehold door luchtkamers, en hebben zijdelingse uithollingen, pleurocoelen, in het geheel een sterke aanwijzing voor warmbloedigheid.
Boven deze kam ligt een groepje uithollingen en een tweede groepje ligt er schuin boven en achter.
Daarbij steken bij beide vormen de zijuitsteeksels sterk schuin omhoog en hebben diepe driehoekige uithollingen aan de onderkant.
De achterrand van het derde tarsale toont een paar uithollingen van ongelijke grootte.
De beperkt de omvang van de uithollingen ertussen.
De caudosacrale wervels hebben geen pleurocoelen, pneumatische uithollingen in hun zijkanten.
De diepe uithollingen op de voorste wervelbogen worden ondieper op de achtste en negende wervel; de tiende halswervel heeft geen uitholling.
De doornuitsteeksels van de ruggenwervels hebben goed ontwikkelde uithollingen en richels; de laatste zijn dun.
De laatste halswervel heeft een richel die de pleurocoel op de zijkant van het wervellichaam scheidt van de uithollingen tussen de richels op de onderzijde van het zijuitsteeksel.
De middelste en achterste halswervels hebben gepaarde diepe uithollingen aan de zijkanten, gescheiden door een horizontale richel waar het capitulum van de nekrib op rust.
De ongeveer vijfendertig staartwervels hebben geen zijdelingse uithollingen, pleurocoelen.
De pleurocoele uithollingen in hun zijkanten worden naar achteren toe dieper en de ruggenwervels zijn in het algemeen zeer lichtgebouwd.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl