Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Uitlopers.

Uitlopers

Uitlopers | Uitloper

Voorbeeldzinnen (20)

Hierbij onderscheidt men stolonen (bovengrondse uitlopers) en rizomen (ondergrondse uitlopers of wortelstokken).

Zilveren en gouden uitlopers, als kleine slangen.

Astrocyten hebben vele uitlopers, wat betekent dat één enkele astrocyt met duizenden synapsen (de verbindingen tussen neuronen) verbonden zijn.

Die paar uitlopers er uit getrokken.

Het is dus beter om uitlopers te voorkomen, en dat kun je doen door aardappels op een koele, droge en donkere plek te bewaren.

Hoe voorkom je uitlopers en kun je aardappelen dan nog in de pan gooien?

In het netvlies zit verder ook nog een specifiek type zenuwcellen waarvan de uitlopers aan beide ogen een bundel vormen.

Naaldbomen maken nu pas jonge uitlopers aan, dus mijn conclusie is: het is afgelopen perioden iets te koud en te nat geweest.

Net als bij storm Daniel begin september, werden de centrale Griekse stad Larisa en uitlopers van het Piliongebergte ook woensdag zwaar getroffen.

Uitlopers ontstaan wanneer aardappelen in een te warme omgeving worden bewaard.

Vanuit Marrakech rij je door een desolaat niemandsland waarboven slechts hier en daar een eenzame minaret uittorent naar Ouarzazate, de ‘poort naar de woestijn’ waar de eerste uitlopers van de Sahara het landschap beginnen te bepalen.

Want Machete mag dan afkomstig zijn uit het bescheiden Portugese Palmela, één van de uitlopers van het gebergte Serra da Arrábida, toch heeft ze door haar job als stewardess al een aardig stukje van de wereld gezien.

We zitten hier onderaan de uitlopers van de Hondsrug, maar om dat nou een dal te noemen?

Ze zagen dat de groei van de neuronale uitlopers en de vorming van neuromusculaire verbindingen werden geremd.

De brand begon afgelopen vrijdag in de uitlopers van de Sierra Nevada in de buurt van het dorpje Midpines.

De lange uitlopers van wilgen zijn uitstekend geschikt voor vlechtwerk en alleen in het voorjaar te vinden.

De start en aankomst van de ritten lagen door de uitlopers van de coronaperiode uitzonderlijk op de parking van de Nekkerhal en niet op de Mechelse Grote Markt.

De uitlopers van de covidpandemie maken het nog altijd niet gemakkelijk om in grote gezelschappen intercontinentaal te reizen.

De uitlopers van het niet kunnen kiezen tussen het beschaafde noorden en het barbaarse Frankrijk.

De winters van de negentiende eeuw waren zo ‘echt’ omdat de eerste dertig jaren worden gerekend tot de laatste uitlopers van de ‘Kleine IJstijd’.