Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Uitnodigen.

Uitnodigen

Uitnodigen betekenis

iemand verzoeken iets bij te wonen

Voorbeeldzinnen (20)

Je kan vrienden uitnodigen en aan de app toevoegen en mensen kunnen jou ook uitnodigen.

Toen ging het nog om een mogelijk scenario, ondertussen legde het Overlegcomité de regels vast: elk huishouden mag één extra iemand uitnodigen aan de feestdis, singles mogen twee mensen uitnodigen.

Lutgen: ‘Magnette had Jambon moeten uitnodigen’ CDH-voorzitter Benoît Lutgen vindt dat burgemeester Paul Magnette (PS) minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) had moeten uitnodigen voor de opening van het nieuwe politiebur..

Je mag uitnodigen wie je wilt.

Ik vraag mij af, wie ik zou uitnodigen.

Je mag iedereen uitnodigen die je wenst.

We gaan Tom en Mary uitnodigen voor ons Halloweenfeestje.

Als mijn huis een herenhuis was, zou ik iedereen die ik ken uitnodigen voor mijn verjaardagsfeest.

Wie wil je nog uitnodigen voor het feest?

Mag ik je voor de lunch uitnodigen?

Mag ik u uitnodigen?

Ik zal je uitnodigen.

Hoe zit het met Tom? Moeten we hem niet ook uitnodigen?

Ik had Tom moeten uitnodigen, maar dat heb ik niet gedaan.

Heb je besloten wie je gaat uitnodigen voor je feestje?

Wie zullen we uitnodigen?

Tom mag ons uitnodigen.

Er is geen reden waarom we Tom niet zouden uitnodigen.

Ik wil jullie allemaal uitnodigen.

U weet wel, u kunt opperen dat zij gasten uitnodigen voor een diner en een bad.