Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Uitrusten.

Uitrusten

Uitrusten betekenis

één of meer personen, vaar- of voertuigen e.d. voorzien van de benodigdheden voor een taak, expeditie of reis | zich ontspannen na vermoeiende of langdurige bezigheden

Synoniemen van Uitrusten

Voorbeeldzinnen (20)

CDA wil laadpalen in Groningen gaan uitrusten met defibrillatorsDe Groningse gemeenteraadsfractie van het CDA wil laadpalen in de stad gaan uitrusten met een defibrillator (AED).

Mag ik even uitrusten?

Laten we even wat uitrusten onder de boom.

Laat ons even in de schaduw uitrusten.

Wij kunnen uitrusten.

Je kunt uitrusten.

Je kan uitrusten.

Zij kunnen uitrusten zolang als zij willen.

Je bent ziek, je moet uitrusten.

Laten we hier uitrusten.

Tom is aan het uitrusten.

Zij gaan uitrusten.

Ik wil geen koffie drinken, ik wil gewoon op een rustig plekje uitrusten.

Een leger uitrusten, saai werk.

Je moet uitrusten van je reis.

Bij het uitrusten van een schuilplaats zijn er twee dingen van belang.

Als die goed is, kan 't in de slaapkamer en kun je hier uitrusten.

Ga maar lekker lang en vredig uitrusten.

Aldi gaat tegen eind volgend jaar al zijn supermarkten uitrusten met laadpunten voor elektrische wagens.

Alleen ma kon ook daar niet uitrusten, denkt Herman nu.