Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Uitslapen.

Uitslapen

Uitslapen | Uitslapers | Uitslaper

Uitslapen betekenis

's ochtends langer slapen dan normaal

Voorbeeldzinnen (20)

Ik heb Tom laten uitslapen.

Tom liet me uitslapen.

Ik liet ze uitslapen.

Ik liet hem uitslapen.

Ik liet haar uitslapen.

Houdt u van uitslapen?

Je kan morgenochtend uitslapen.

Je mag morgenochtend uitslapen.

Op zondag kunnen we allemaal uitslapen.

Waarom liet je me uitslapen?

Aanstaande zondag lekker lang uitslapen is ook niet verstandig.

Dankzij openAI kunnen zowel verslaggever als cameraman uitslapen.

Er kwamen meer mensen op af omdat ze wilden uitslapen', lacht ze, 'daar kun je je dus niet blind op staren.

Examenleerlingen die vasten zouden dan na de ochtendmaaltijd (suhoor), die voor zonsopgang plaatsvindt, kunnen uitslapen.

Hoewel ik ga uitslapen is het wellicht verstandig om om 06.00 uur standby te zijn als enig serieus nieuwsmedium van Nederland!

Je hebt ein-de-lijk weekend en kan een dagje uitslapen, tenminste dat dacht je: op zondagochtend.

Kop betekende doorgaan, munt uitslapen en de waanzinnige onderneming stoppen.

Kun je lekker uitslapen.

Maar als niemand je mis kan je net zo goed uitslapen en lekker uitgebreid ontbijten met je gezin.

Sta niet om halfacht aan dat bed om ze eruit te halen: laat ze maar uitslapen en de consequenties merken.