Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Uitstaan.

Uitstaan

Uitstaan | Uitstaande | Uitstaans | Uitstaand

Uitstaan betekenis

nog niet geïnd of ingevorderd zijn | iemand/iets niet kunnen ~: een grote hekel aan iemand/iets hebben | ~ hebben met te maken hebben met

Voorbeeldzinnen (20)

China en India kunnen elkaar niet uitstaan; India kan Turkije niet uitstaan wegens hun steun aan Pakistan betreft Kashmir.

Vreselijk! Zo iemand kan ik niet uitstaan!

Ik kan dit hete weer niet uitstaan.

Ik kan de pijn niet meer uitstaan.

Ze kon zijn onbeleefd gedrag niet uitstaan.

Ik kan jouw gedrag niet meer uitstaan.

Ik kan je vader niet uitstaan.

Tom kan het niet uitstaan onderbroken te worden.

Je weet dat ik haar niet kan uitstaan.

Je weet dat ik hem niet kan uitstaan.

Ik kan je niet uitstaan.

Ik kan koffie niet uitstaan.

Ik kan die muziek niet uitstaan.

Maria kan Tom niet uitstaan.

Ik kan deze gast niet uitstaan.

Ik kan deze vent niet uitstaan.

Waarom kunnen ze elkaar niet uitstaan?

Ik kan dit niet meer uitstaan.

Ik kan hem niet uitstaan.

Ik gedraag me als het meisje dat het niet kan uitstaan dat je laat thuiskomt, omdat je liever met je kerels rondhangt.