Vakantieseizoen is een Nederlands woord. Hieronder vind je 10+ voorbeeldzinnen die laten zien hoe het in de praktijk wordt gebruikt.
Vakantieseizoen in een zin
Vakantieseizoen betekenis
periode van het jaar dat veel mensen op vakantie gaan
Gebruik van Vakantieseizoen
- De belangrijkste betekenis op deze pagina is: periode van het jaar dat veel mensen op vakantie gaan
- In het voorbeeldencorpus komt vakantieseizoen vaak voor in combinaties zoals: het vakantieseizoen, vakantieseizoen is, vakantieseizoen in.
Context rond Vakantieseizoen
- Gemiddelde zinslengte in deze voorbeelden: 16.4 woorden
- Plaats in de zin: 5 begin, 11 midden, 4 einde
- Zinsoorten: 20 stellend, 0 vragen, 0 uitroepen
Corpusanalyse van Vakantieseizoen
- In deze selectie staat "vakantieseizoen" meestal in het midden van de zin. De gemiddelde voorbeeldzin telt 16.4 woorden en het corpus bestaat hier vooral uit stellende zinnen.
- Direct rond het woord vallen vooral komend, aankomende, gestarte, schiphol, stilgelegd en zit op; die woorden geven extra context aan het gebruik van "vakantieseizoen".
- Herkenbare gebruikssignalen zijn al dit vakantieseizoen zou gebeuren en begint het vakantieseizoen dit weekend. Daardoor krijgt deze pagina eigen corpusinformatie en niet alleen losse voorbeeldzinnen.
- Qua corpusfrequentie ligt "vakantieseizoen" dicht bij woorden als aaibaar, aangeplante en aanspeelpunt, wat helpt om het woord binnen de bredere woordenindex te plaatsen.
Voorbeeldtypes met vakantieseizoen
Dezelfde corpuszinnen zijn hieronder uitgesplitst naar lengte en zinsoort, zodat je sneller ziet in welke soort context het woord voorkomt:
Het vakantieseizoen moet nog beginnen. (5 woorden)
Buiten het vakantieseizoen is het erg rustig. (7 woorden)
Ga buiten het vakantieseizoen als dat kan. (7 woorden)
Terwijl op NPO1 het vakantieseizoen is begonnen en half Nederland zich gereed maakt voor vertrek naar nóg warmere oorden, bekommert NPO3 zich in Half Holland in crisis om de stand van het land en de thuisblijvers. (36 woorden)
Vorige week, bij aanvang van het vakantieseizoen, ging al de regel in dat wie vanaf het vasteland naar een van de eilanden wil, gevaccineerd moet zijn óf zich moet laten testen. (31 woorden)
Brussels Airlines komt tegemoet aan de vraag van de vakbonden om voor een tweede keer in het vluchtenschema te snoeien en zo de werkdruk in het gestarte vakantieseizoen te verlichten. (30 woorden)
Voorbeeldzinnen (20)
Schiphol vreest lange rijen tijdens komend vakantieseizoen Schiphol vreest extreme drukte tijdens het aankomende vakantieseizoen.
Ik zal proberen thuis te komen tijdens het vakantieseizoen.
Tijd doorbrengen met de bijzondere mensen in je leven behoort tot de fijnste momenten van het vakantieseizoen.
Het vliegverkeer van en naar Catania wordt voor de tweede keer in het vakantieseizoen stilgelegd.
Terwijl op NPO1 het vakantieseizoen is begonnen en half Nederland zich gereed maakt voor vertrek naar nóg warmere oorden, bekommert NPO3 zich in Half Holland in crisis om de stand van het land en de thuisblijvers.
Brussels Airlines komt tegemoet aan de vraag van de vakbonden om voor een tweede keer in het vluchtenschema te snoeien en zo de werkdruk in het gestarte vakantieseizoen te verlichten.
Het vakantieseizoen zit erop en dus is het tijd om je camper weer in de stalling te zetten.
Ja klopt en veel gaan in het vakantieseizoen met behoud van uitkering werken in de vele resorts.
Buiten het vakantieseizoen is het erg rustig.
De rust is na het vakantieseizoen teruggekeerd op Vakantiepark Arnhem.
Ook in Italië begint het vakantieseizoen dit weekend.
Vorige week, bij aanvang van het vakantieseizoen, ging al de regel in dat wie vanaf het vasteland naar een van de eilanden wil, gevaccineerd moet zijn óf zich moet laten testen.
Alhoewel het coronavirus nog altijd niet is uitgewoed is het vakantieseizoen desalniettemin in volle gang.
Dat het Turkse besluit enkele maanden voor aanvang van het vakantieseizoen genomen is, is extra zuur.
De aankondigingen van minister Olivier Véran deden vermoeden dat het vakantieseizoen voor buitenlandse toeristen niet eerder dan 24 juli zou beginnen.
De camping moet maandag om 12.00 uur, ruim voordat het vakantieseizoen voor hem zou zijn afgelopen, de deuren sluiten.
Ga buiten het vakantieseizoen als dat kan.
Het aanstaande vakantieseizoen noemde CEO Jeff Gennette "cruciaal" voor Macy's.
Het vakantieseizoen moet nog beginnen.
Ik had niet gedacht dat het al dit vakantieseizoen zou gebeuren”, zegt Corendon-topman Atilay Uslu in een reactie.
Veelvoorkomende combinaties met vakantieseizoen
Deze woordparen komen het vaakst voor in Nederlandse teksten:
- het vakantieseizoen 51×
- vakantieseizoen is 7×
- vakantieseizoen in 4×
- vakantieseizoen en 4×
- vakantieseizoen voor 3×
- komende vakantieseizoen 3×
- vakantieseizoen met 2×
- vakantieseizoen dit 2×
- vakantieseizoen een 2×
- vakantieseizoen over 2×
Veelgestelde vragen
Hoe gebruik je "vakantieseizoen" in een zin?
Wat betekent "vakantieseizoen"?
Hoeveel voorbeeldzinnen met "vakantieseizoen" zijn er?
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl