Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Vanzelfsprekend.

Vanzelfsprekend betekenis

overduidelijk geldend, zonder verdere uitleg duidelijk | iets dat geen verdere uitleg nodig heeft | automatisch zonder er verder bij na te denken

Voorbeeldzinnen (20)

Vorig jaar was vrijheid niet vanzelfsprekend en, vanzelfsprekend, is vrijheid ook dit jaar niet vanzelfsprekend.

Dat het niet vanzelfsprekend is lijkt me vanzelfsprekend.

Ooh en er is ook voor jou alle reden toe je iets meer te interesseren naar wat de overheid doet, want zo vanzelfsprekend is het niet dat u uw vrijheden en gezondheid die u nu nog geniet over een paar jaar nog als vanzelfsprekend ziet.

Een hele belangrijke en bewezen effectieve controle, die vanzelfsprekend niet 100% waterdicht is, is geen volkomen wassen neus, maar is vanzelfsprekend niet 100% waterdicht.

Maar het kenmerk van een voldragen samenleving als de onze is nu juist dat we bepaalde verworvenheden als vanzelfsprekend gaan zien, dat we het recht hebben deze als vanzelfsprekend te zien.

Het valt mij in het algemeen op dat er een behoorlijk aantal dingen niet vanzelfsprekend zijn bij een iPad, die ik voordat ik hem kocht wel als vanzelfsprekend had beschouwd.

Voor Amerikanen is nationale trots vanzelfsprekend, jullie lijken die alleen vanzelfsprekend te vinden als de Rode Duivels spelen.

Ik was zijn glimlach als vanzelfsprekend gaan zien een invulling voor mijn dagen, maar toen ik vanochtend wakker werd hielp een smsje mij eraan herinneren dat het leven eigenlijk helemaal niet vanzelfsprekend is.

Ik weet niet hoe ik dat moet aantonen, zo vanzelfsprekend is het!

We vonden het vanzelfsprekend dat hij mee zou gaan.

Voor mij was het vanzelfsprekend dat zij zou komen.

Dat heeft ze vanzelfsprekend niet gezegd.

"Vanzelfsprekend ben ik bereid te sterven voor mijn idealen", zei de president.

Is het niet vanzelfsprekend?

Dat is vanzelfsprekend.

Zeg niet dat wat vanzelfsprekend is.

Kleur is zo vanzelfsprekend dat we er nauwelijks over nadenken.

Het was lang niet vanzelfsprekend dat hij degene was die de ideeën in de praktijk zou brengen.

We namen het als vanzelfsprekend aan.

Alles wat impliciet is, wordt als vanzelfsprekend beschouwd.