Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Vechtlustig.

Vechtlustig

Vechtlustig | Vechtlustige

Vechtlustig betekenis

het leuk vinden om te vechten, zin hebben om te vechten

Synoniemen van Vechtlustig

Voorbeeldzinnen (17)

Nou, omdat het meestal werkt, je wordt er hard van, vechtlustig en trots.

Ze had een persoonlijke relatie met Winston Churchill, de eerste van haar vijftien premiers, die door Boris Johnson vechtlustig werd verdedigd tegen gegronde kritiek op zijn retrograde imperialisme.

Eldar zijn zeer vechtlustig.

Hij staat bekend als vechtlustig, compromisloos en intolerant als het gaat om afwijkende meningen.

Altijd vechtlustig, vaak geëmotioneerd, kwam de PvdA'er Bonno Spieker in de Tweede Kamer op voor de arbeiders en voor Groningen.

Ieren zijn een vechtlustig volkje.

Maar ze bleef vechtlustig.

Nee, daarvoor blijft ze weer te sterk en te vechtlustig.

Als ik op de dojo sta voel ik me supersterk en vechtlustig.

Dit vechtlustig karakter maakt dat bij het samenstellen van de paren er goed op gelet moet worden of de vogels elkaar verdragen.

Het was een vechtlustig volk, ontstaan uit een vermenging van Assyriërs met Semitische volkeren, zoals Arameeërs, die gehard waren door onderlinge stammenoorlogen.

Zeker de jongens kunnen soms agressief en vechtlustig zijn.

Ze is zeker niet vechtlustig tegen andere vissen en daarom moeten de medebewoners van het aquarium zorgvuldig worden uitgezocht.

En, schrijft ze verwachtingsvol, "we zullen zien of de echte Charlotte zal breien, of ze zacht en lief zal zijn, koket en aanhalig, en of de echte Charles de schaaf en het houweel ter hand zal nemen, of hij vrijmoedig, dapper, ruw en vechtlustig zal zijn.

Crisis maakt hem vechtlustig.

Dat betekende ook dat die tamelijk vechtlustig waren en een sterke samenhang bezaten, wat hun gevechtswaarde weer verhoogde.

Inheemse bewoners die hij ontmoette waren vechtlustig, maar ook bereid hem parels te verkopen die daar gedoken werden.