Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Veenderijen.

Veenderijen

Veenderijen | Veenderij

Voorbeeldzinnen (8)

In de Friese veenderijen werd staken 'bollejeie' (het Friese werkwoord 'bolje' betekent 'opstandig, oproerig zijn) genoemd.

Ik zal een dezer eerste dagen met de schuit de gehele Hoogeveense vaart afvaren, door de veenderijen dwars door de zuidoostelijke hoek van Drenthe heen.

In die tijd waren de veenderijen in de gemeente Avereest nagenoeg geheel in handen van voornamelijk elders wonende adel en patriciƫrs.

Verder had hij veenderijen.

De veenderijen lagen in de omgeving van Kropswolde.

Betrof het veenderijen die in eigendom toebehoorden aan een stad, dan sprak men van een stadsveenmeester.

In 1669 liet Ludolph Coenders van de Fossemaheerd (latere Coendersborg ) een greppel (gruppe) graven vanaf het meer naar zijn veenderijen om zo het waterpeil in zijn kanalen op peil te houden.

Nederlandse bedrijven, met name de Maatschappij Griendtsveen, schakelden geleidelijk over op strooisel van Duitse veenderijen.