Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Veepest.

Veepest

Veepest betekenis

ernstige, besmettelijke veeziekte veroorzaakt door een virus dat in 2010 is uitgeroeid

Voorbeeldzinnen (10)

In de achttiende eeuw deden de veepest en overstromingen er nog een schepje bovenop.

Maar in de 16e eeuw brak een aantal keer veepest uit.

Ze is gewijd aan Johannes de Doper en werd gebouwd door de bewoners om gevrijwaard te worden van veepest.

Maar ik wijs u erop dat er ook veepest bestond in tijden dat men niet aan intensieve veehouderij deed.

Ook de agrarische bedrijfstak kreeg met grote tegenslagen te maken door lage prijzen voor de produkten, veepest-epidemiƫn en hoge belastingen.

Maar als rond 1750 door veepest en overstromingen driekwart van de Nederlandse veestapel verdwijnt, komen er meer zwartbonte runderen uit Denemarken en Duitsland bij: de voorouders van het Fries-Hollandse vee.

Camper was de eerste die een chirurgische polikliniek opende en deskundig op het gebied van de bestrijding van de veepest, die destijds op het Friese platteland woedde.

Een plaag van steekvliegen en andere insecten kan dan ook een epidemie van veepest, zweren en dergelijke veroorzaken.

Na het leegdrinken werd de beker omgekeerd neergezet In verband met vrees voor de veepest was in 1839 het gebruik van botten van pas overleden dieren stilgelegd.

Boeren ploegden niet met paarden op de feestdag van Florus en Laurus vanwege hun angst om daarmee veepest te veroorzaken.