Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Verblijft.

Verblijft

Voorbeeldzinnen (20)

Een op vijf van de dak- of thuislozen is tussen de 16 en 25 jaar oud en verblijft voornamelijk familie of vrienden en in opvang en tijdelijk verblijft.

Hij verblijft zo’n zes maanden per jaar in het buitenland, waar hij een appartement huurt of in een hotel verblijft.

Hun oudste zoon verblijft momenteel in de Verenigde Staten met z’n vriendin Nicola Petz, terwijl de rest van het gezin in Londen verblijft.

De fiscale wetgeving zegt dat, indien je langer dan 6 maanden niet in Nederland verblijft je fictief woont in het land waar je thans verblijft en zal je als niet ingezetene behandeld worden.

De Mechelse politie pakte een 38-jarige man op, die in het Brusselse verblijft maar die klaarblijkelijk illegaal in ons land verblijft.

Hij verblijft nu in Parijs.

Tom verblijft normaal in vijfsterrenhotels.

Verblijft u vannacht in dit hotel?

Waar verblijft u?

Sami verblijft bij een vriend.

Tom verblijft in hetzelfde hotel als waar ik logeer.

Ik vraag me af of zij in dit hotel verblijft.

Tom verblijft al sinds oktober bij zijn grootouders.

Yanni verblijft hier tot hij afgestudeerd is.

Tom verblijft in een hotel hier niet ver vandaan.

"Waar verblijft u?" "In dat hotel."

Zo vervult hij omhoog, omlaag, en in alle richtingen, overal, de hele wereld met een geest doordrongen van liefdevolle vriendelijkheid: groot, verheven, onbegrensd, zonder vijandigheid en zonder kwade wil, en verblijft aldus.

Tom verblijft in het hotel vlakbij mijn huis.

Maria zal ons niet zeggen waar zij verblijft.

We denken dat hij nu bij zijn schoonouders verblijft.