Bekijk voorbeeldzinnen, synoniemen en woordvormen van Verbuiging.
Verbuiging betekenis
de flexie van een naamwoord of voornaamwoord naar geslacht, getal en naamval | het veranderen van de buiging, een geval van mechanische vervorming | declinatie
Synoniemen van Verbuiging
Voorbeeldzinnen (20)
De verbuiging met stam op -a komt overeen met de eerste verbuiging in Latijn en Grieks.
Men onderscheidt naargelang de grammaticale functie de volgende voornaamwoorden: Voor de verbuiging der voornaamwoorden, zie verbuiging van het voornaamwoord.
Dat moment zal een geringe boogvormige verbuiging veroorzaken, die door toename van de belasting op een zeker moment verandert in een sinusvormige verbuiging.
Verbuiging van ja en nee Opvallend is de verbuiging van de antwoordpartikels ja, nee en toet (toch wel) wanneer men antwoordt op een vraag.
In Esperanto is er maar één enkele verbuiging. Die kan men leren in minder dan vijftien minuten.
Alleen als de kenletter ontbreekt is de sterke verbuiging gerechtvaardigd.
Alleen als naamval en geslacht door het lidwoord of het bezittelijk voornaamwoord zijn uitgedrukt volstaat de zwakke verbuiging.
Alleen in het laatste voorbeeld (cómes - cómitem) bleef de klemtoon gelijk, wat voor een anomalie in de verbuiging zorgde.
Bij verbuiging, contractie van de tenen en moeilijk stappen laat de patiënt zich best chirurgisch behandelen.
De verbuiging van bijvoeglijke naamwoorden komt in het Tessels overeen met het AN.
Deze talen kennen enige mate van verbuiging en vervoeging, maar per morfeem wordt vrijwel nooit meer dan één betekenisaspect tegelijk uitgedrukt.
Er bestonden ook, zoals in het Nieuwnederlands, woorden die eindigden op /-er/, (vgl. Nl arbeider, werkster) en die een aparte verbuiging kenden.
Er wordt traditioneel een onderscheid gemaakt tussen een sterke en een zwakke verbuiging.
Hun verbuiging is dezelfde als die van de substantieven van de eerste en tweede declinatie.
Sommige werkwoorden met ei in de infinitief hebben die verbuiging ook, waarschijnlijk door analogie.
Ter illustratie volgt hier de verbuiging van het onregelmatige mannelijke woord fjörður, 'fjord'.
Thai is een afzonderingstaal: het verband tussen woorden wordt niet met een vormverandering (verbuiging of vervoeging) aangegeven, maar de volgorde van de woorden bepaalt de relatie van de afzonderlijke woorden.
Waar de verbuiging van bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden redelijk eenvoudig is, is de vervoeging van werkwoorden vrij ingewikkeld en is er een grote verscheidenheid aan vormen, net als in de andere Romaanse talen.
De naamvallen zijn verdwenen (in Nederland pas eind 19e eeuw, begin 20e eeuw), en van veel werkwoorden zijn slechts twee verbuigingen (come/comes), waarbij een derde verbuiging (cometh) nog wel bestond, maar ook grotendeels is weggevallen.
Dat zagen we al in het proces tegen Wilders met de verbuiging van de netekenis van het begrip "ras".
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl