Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Versmallend.
Voorbeeldzinnen (13)
De bovenste tak ervan is smal en overdwars dun, de onderste breed en staafvormig, geleidelijk versmallend en omhoog krommend met een groeve in de bovenrand waarin de onderrand van de jugale tak van het quadratojugale rust.
De snuit is in bovenaanzicht zeer puntig, plots versmallend van een brede achterkant van de schedel uit en met holle zijkanten.
Het voorhoofd langwerpig gewelfd en breed met de grootste breedte juist achter de ogen, weinig versmallend naar de snavel, zonder neep.
Hij loopt achter de neergaande tak van het postorbitale langs, versmallend tot een spitse punt.
Naar achteren loopt de bovenzijde van de schedel schuin versmallend toe.
Ze zijn leerachtig, 10-22 cm lang, toegespitst en aan de basis in de steel versmallend.
De bladeren zijn stijf en de onderste langwerpig tot lancetvormig bladeren zijn in de bladsteel versmallend.
De stengelblaadjes zijn afstaand, geelgroen, tot 3,5 mm lang, vanuit een schedevormige basis eirond verbreed en vervolgens geleidelijk versmallend in een lange, haakvormige teruggebogen top.
De stengelblaadjes zijn grijsgroen tot bruin, tot 1,1 mm lang, sterk gekromd, naar een korte spits versmallend.
Onder het brede facet voor het schoudergewricht loopt een richel met een strakke bovenrand uit in een versmallend uitsteeksel.
Beide torens bestaan uit een bakstenen muur die aan de voet een dikte heeft van 2,5 meter, naar boven versmallend tot een dikte van 1,5 meter.
De eenjarige vruchtlichamen zijn 10 tot 30 cm groot en versmallend naar de aanhechting met de boom.
In het bekken is het darmbeen hoog en kort met een licht bolle bovenrand, een versmallend, recht afgeschuind achterblad en een korter voorblad.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl