Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Vertandingen.
Voorbeeldzinnen (20)
Ook hier zijn beide snijranden gekarteld met veertien vertandingen per centimeter op de voorrand en zestien vertandingen per centimeter op de achterrand.
Op de tanden van het bovenkaaksbeen is de ruimte tussen de vertandingen van de snijrand half zo breed als de vertandingen zelf.
De vertandingen lopen hier naar beneden uit in ingekeepte snijranden; aan de voorkant van de kroon zetten de vertandingen zich voort in kleine richeltjes.
Aan weerszijde heeft ieder tandrand nog zes of zeven vertandingen.
Daarop wijzen ook vorm en aantal van de denticula, de kleine vertandingen die een karteling vormen van de voorste en achterste snijranden van de tand.
De achterrand draagt een snijrand waarvan de vertandingen, vier tot zes per millimeter, naar onderen in grootte afnemen.
De achterste twee premaxillaire tanden gaan in vorm geleidelijk in de maxillaire tanden over doordat hun snijranden vertandingen krijgen: bij de vierde tand alleen op de voorrand, bij de vijfde ook op de achterrand.
De bovenste tanden overlappen elkaar en hebben smalle spatelvormige kronen met een D-vormige dwarsdoorsnede maar zonder verticale groeven op de buitenzijde of vertandingen.
De dichtheid van de vertandingen, hoewel op zich uniek, lijkt het meest op dat van Dromaeosaurus en Deinonychus.
De kartelingen bestaan uit twaalf vrij grove vertandingen.
De kronen hebben dicht opeengepakte verticale richels waarvan een van de achterste een snijrand is met vele kleine vertandingen, acht per strekkende millimeter.
De maxillaire tanden zijn breed en krijgen door de vertandingen op hun snijranden de vorm van de handen van een Boeddhabeeldje.
De premaxillaire tanden hebben grote kartelingen op de achterrand maar slechts minuscule vertandingen op de voorrand.
De snijranden hebben kleine vertandingen, zes per strekkende millimeter.
De snijranden zijn bol en dragen tot dertien vertandingen per vijf strekkende millimeter aan de basis, tot acht aan het spits.
De snijranden zijn ongekarteld: ze hebben geen kleine vertandingen, denticula.
De tanden hebben zelf ook een aparte vorm: ze zijn niet afgeplat en bladvormig met grote kartelingen, ingesneord aan de basis, maar meer cilindervormig met heel fijn vertandingen op de snijranden en een lichte kromming naar achteren.
De tanden zijn lepelvormig met vertandingen aan beide snijranden.
De tandrijen bevatten kleine tandjes met een duidelijke verdikte basis of cingulum, een verticale hoofdrichel en een negental vertandingen.
De vertandingen lopen uit in richels.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl