Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Vertederends.
Voorbeeldzinnen (10)
De ‘foto’ van die Vlaamse kloosterling die even zijn serieuze zaken liet varen en in een vergeten ogenblik, misschien neuriënd, een oud minneversje opschreef, heeft iets vertederends.
Zo op een avond bij elkaar gezien hadden de pogingen tot duurzaamheid haast iets vertederends; iets hardnekkig ‘Nederland, Polderland’-achtigs.
Het had iets vertederends.
Het gekke is dat ik die harige benen nog niet zo erg vind, ik vind dat het ook wel wat vertederends heeft, het is net een teddybeertje.
Er is niks vertederends aan Alzheimer: dement worden is een langdurige onttakeling, leven met een schim van iemand, een tragisch uitgesmeerd afscheid.
Dat alles heeft iets vertederends en tegelijk iets bedenkelijks.
Die weer haaks staat op hun uitmonstering in de voorstelling: allemaal in wit ondergoed, wat iets vertederends heeft en een goed alternatief vormt voor onverdraaglijk realisme: allemaal in uniform.
Ze hebben dat frisse nieuwe, en in de horrorbeelden die ze oproepen nu ook iets heel erg vertederends - tegen wat wij uit Hollywood gewend zijn.
De schrijfster ziet niets komisch, aandoenlijks of vertederends in de gevolgen van de almaar voortschrijdende hersenschade.
Deze stof heeft iets vertederends.
Bekijk perfecte rijmwoorden, halfrijm en assonantie op WatRijmtOp.nl