Bekijk voorbeeldzinnen en woordvormen van Verteer.

Verteer

Voorbeeldzinnen (7)

Ik hou van vlees, maar eieren verteer ik niet.

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar mij valt het op dat ik Arthur's 'leesvoer' anders verteer als ik het de volgende ochtend tot me neem dan wanneer ik het 's avonds gelijk probeer te laten 'indalen'.

Wijn en champagne verteer ik beter.

Ik verteer meer dan 6000 ‘sjaars en ik weet niet waaraan.

Als Dopke, zoals hij algemeen genoemd werd, voor een paar dagen te Diest was maakte hij met zijn kameraden een verteer zoals Charelke dat in zijn grootste dagen niet gedurfd heeft.

Verteer of laat je verteren, maar sam-sam dat nooit.

Verteer beter, voel je beter met enzymen.